• natalie02b

'Buiten de stad hakken Taliban mijn hoofd eraf!'

Geplaatst door op in Reportages

(c) Ton KoeneDe balans opgemaakt van de missie in Uruzgan.  Bewoners van hoofdstad Tarin Kowt zijn dankbaar voor het opbouwwerk van de Nederlanders. Maar de veiligheid is volgens velen verslechterd, vooral buiten de stad. ‘Wie heult met buitenlanders wordt onherroepelijk afgemaakt.'

TARIN KOWT Het gehurkte groepje Afghaanse mannen met tulbanden op de kruidenmarkt van Tarin Kowt barst in hard gelach uit als wordt gevraagd of het veilig is voor hen om buiten de hoofdstad van Uruzgan te reizen.

Van onze correspondent Natalie Righton
Foto: Ton Koene (Afghanen op de kruidenmarkt van Tarin Kowt)
Dit artikel werd op 31-07-2010 gepubliceerd in de Volkskrant

‘Als ik vijf kilometer de stad uitloop, hakken de Taliban mijn hoofd eraf!', zegt Amandullah (43). Hij maakt een snijbeweging langs zijn keel terwijl de tolk zijn woorden vertaalt. Waarom de Taliban hem en zijn vrienden zouden doden? ‘Omdat onze stad hulp heeft geaccepteerd van buitenlanders natuurlijk', zegt Amandullah.

De mannen zitten tussen bergen amandelnoten en zakken vol specerijen, bedoeld voor de verkoop. Een zoete geur van komijn vult de warme lucht.

Na vier jaar aanwezigheid vertrekken Nederlandse militairen dit weekeinde uit de Afghaanse provincie Uruzgan. Maar wat is er bereikt? We lopen twee dagen rond in Tarin Kowt.

Angst regeert
De veiligheidssituatie in Uruzgan is de afgelopen jaren verslechterd, vooral buiten de stad, zeggen de ongeveer veertig willekeurig aangesproken winkeliers en passanten. Slechts één man zegt dat het veel beter gaat sinds de komst van de coalitietroepen; hij is politieagent.

De reacties zeggen veel over de angst die er heerst onder bewoners in Tarin Kowt. De internationale troepenmacht in Afghanistan (ISAF) claimt juist dat het veiliger is geworden in Uruzgan.

Maar de bebaarde winkelier op Chora Road is bang als we hem aanspreken. In zijn winkeltje met dozen vol zeep en tubes tandpasta, zegt hij: ‘Beseft u niet dat de Taliban een half uur na uw vertrek met mij komen praten om te vragen waarom ik met een buitenlander sprak?'. Hij wil zijn naam niet geven uit angst voor wraakacties van de terreurgroep.

Verklikkers
Volgens de winkelier is het zowel in het centrum van Tarin Kowt als daarbuiten niet veilig. ‘Vorige week zijn hier op de bazaar nog drie explosies geweest. Dag na dag wordt het hier onveiliger'. De bijna twintig toegestroomde omstanders knikken instemmend. Terwijl de winkelier praat kijken ze zenuwachtig om zich heen.

Volgens deze buurbewoners wemelt het in Tarin Kowt van Taliban en verklikkers. ‘De Taliban maken handig gebruik van de onvrede van mensen over het lokale bestuur', zegt de winkelier. Hij schat dat veel van zijn stadgenoten - ‘misschien wel 80 procent' - sympathiseert met de Taliban. ‘De overheid kan ons geen veiligheid bieden en de voorzieningen zijn slecht. Sommige mensen denken dat de Taliban beter voor ze kunnen zorgen.'

Dan moeten we zijn winkel uit. ‘Wilt u nu weggaan? U bent gevaarlijk voor ons. Zo meteen gooien ze een bom hier in de winkel naar binnen en zijn al deze mensen die meeluisteren dood', zegt de winkelier. Snel verlaten we zijn pand.

'Steeds onveiliger'
Een paar honderd meter verderop, bij wat groentestalletjes op Munar Road, verzamelen zich tientallen jongemannen als we praten met een groenteboer. Tussen meloenen en tomaten verdringen ze zich om hun verhaal te doen. ‘De situatie wordt elk jaar erger', zeggen ze. ‘Het is verschrikkelijk om hier te wonen.'

Kudrad (23) vertelt hoe zijn dorp in Dorafshan in puin ligt nadat een vliegtuig er ‘bommen op heeft gegooid'. Daarbij stierven zijn neef en broer. ‘Buitenlanders gaan vaak af op verkeerde inlichtingen. Wij zijn geen Taliban en toch doodt ISAF ons.'

In het lokale café in hartje van Tarin Kowt , waar water en appelsap worden verkocht, vertellen inwoners soortgelijke verhalen. Benadrukt wordt wel dat de situatie ‘op de bazaar' (het centrum van Tarin Kowt) relatief veiliger is geworden door de aanwezigheid van politieagenten. Ongeveer de helft van de ondervraagden zegt dit. ‘Maar buiten de stad is niemand zijn leven zeker. Als je samenwerkt met buitenlanders word je onherroepelijk afgemaakt', zegt Mahmani, een 24-jarige werkeloze chauffeur.

Mahmani vertelt dat ‘opstandelingen steeds meer bommen langs de weg verstoppen, waardoor burgers omkomen'. Hij wil graag dat coalitietroepen blijven, ook al hebben ze tot nu toe ‘niet veel veiligheid' gebracht. ‘Als ISAF vertrekt, komen Taliban in groten getale terug naar Tarin Kowt en zullen ze velen van ons doden.' Dan zegt hij plotseling: ‘Waarom stellen jullie eigenlijk al deze vragen? Zijn jullie spionnen ofzo?' Ook uit het dorpscafé moeten we weg.

Opbouwwerk en bombardementen
Opmerkelijk is dat vrijwel geen enkele ‘gewone man op straat' realiseert dat er Nederlandse militairen in Uruzgan zitten. Ze noemen hen ‘buitenlanders' en zeggen het verschil niet te zien tussen Amerikanen en Nederlanders.

De waardering voor het opbouwwerk van buitenlandse militairen is over het algemeen groot. ‘Ze hebben wegen aangelegd en scholen gebouwd, dat is goed. Wij zijn daar dankbaar voor', zegt bijvoorbeeld Mohammadullah (23), een politieagent in burgerkleding.

Maar in één adem voegen de meeste aangesproken inwoners toe dat buitenlanders ‘ook slechte dingen hebben gedaan'. Zo ook Mohammadullah: ‘ISAF heeft huizen aangevallen omdat ze dachten dat er opstandelingen zaten, maar dat was niet zo. Onschuldige mensen zijn gedood. Dat is niet één keer gebeurd, maar meermalen.'

Hij schat het aantal Talibansympathisanten in Tarin Kowt op 40 procent. Maar ondanks de ‘gemaakte fouten' wil ook Mohammadullah dat coalitietroepen in Uruzgan blijven. ‘Onze overheid is nog te zwak, die kunnen niet in hun eentje op tegen de opstandelingen.'

Toekomst
Is er nog hoop voor Uruzgan? vragen we aan inwoners. ‘Wij zijn heel bezorgd', zegt Haji Atikullah (50), directeur van jongensschool Said Al Khan. ‘Veel ouders durven hun kinderen niet naar school te sturen, omdat ze bang zijn dat leraren en kinderen worden gedood door de Taliban.'

De scholen in Tarin Kowt zijn open, maar Atikullah schat dat buiten de hoofdstad 20 procent is gesloten na dreigementen van Taliban. Hoewel hij de hulp van Nederland erg waardeert, zegt hij ook: ‘Je kunt wel scholen bouwen, maar als kinderen er niet naartoe mogen, en er zijn geen leraren, heb je er niet zo veel aan.' In het dorpscafé wordt er net zo over gedacht.

De extra huizenbouw in Tarin Kowt wordt door het Nederlandse ministerie van Defensie vaak aangemerkt als teken dat het beter gaat in Uruzgan, dat er hoop is, maar ook daarover is het schoolhoofd kritisch.

‘Het klopt dat er meer huizen worden gebouwd, maar dat is omdat oorlogsvluchtelingen van het platteland hiernaartoe komen. Ze hopen dat het in Tarin Kowt ietsje veiliger is. Anderen komen naar de stad omdat ze hopen hier werk te vinden.' De extra huizenbouw is volgens hem geen teken van hoop, maar een teken dat het elders ‘nog ellendiger is dan in Tarin Kowt'.

‘De nieuwe huizen zijn voor rijke, corrupte ambtenaren of mensen die papaver verkopen (grondstof voor heroïne. red.)', zegt een groenteboer nabij Deh Rawod Road. ‘Het zijn papaverpaleizen'. Hij overweegt zelf ook de drugsindustrie in te gaan: ‘Dat levert veel geld op. Dat is de toekomst.'