• natalie02b

De burgeroorlog is al begonnen in Wardak

Geplaatst door op in Reportages

(c) Ton Koene Wie wil weten of er burgeroorlog in Afghanistan uitbreekt na het vertrek van Amerikaanse gevechtstroepen, kan naar de provincie Wardak kijken. Daar is de strijd al losgebarsten, vertellen burgers. Alleen horen we er niet over omdat daar zelden westerse journalisten komen. Volkskrant-correspondent Natalie Righton en fotograaf Ton Koene reisden zo ver ze konden de no-go area in.

Tekst: Natalie Righton

Foto: Ton Koene www.tonkoene.nl (vluchteling Asif met zijn familie in Wardak)

Deze reportage wed op 13-10-2012 gepubliceerd in de Volkskrant www.volkskrant.nl

 

WARDAK - De oorlog is nooit ver weg in Afghanistan. Als we zo'n 35 kilometer ten westen van hoofdstad Kabul rijden, trapt chauffeur Hamza ineens hard op de rem. ‘Vanaf hier kunnen we niet verder. Te gevaarlijk', zegt hij.

Vanuit onze witte Toyota Corolla kijken we naar de asfaltweg voor ons, die naar links afbuigt en dan verder de bergen in kronkelt. Daar, achter die bergen, is de oorlog, wijst Hamza. Toeval of niet, op het moment dat wij stilstaan op de autoweg zien we een dikke, zwarte rookpluim uit het oorlogsgebied opstijgen.

Twee jongens komen ons op een brommertje tegemoet rijden. We gebaren hen te stoppen en vragen wat daar verderop aan de hand is. Zojuist zijn twee vrachtwagens opgeblazen die benzine bij zich hadden voor Amerikaans militairen, vertellen ze. Ze dragen een traditionele Afghaanse shalwar kamiz (lang overhemd over een slobberbroek) en kijken argwanend door het autoraam naar fotograaf Ton en mij.

Wij reizen unembedded rond, dus zonder het leger. Als voorzorgsmaatregel reizen we met Hamza - al twee jaar onze vaste chauffeur -  in de meest gebruikte auto hier: een witte Toyota Corolla. We dragen Afghaanse kleding. Van een afstandje vallen we dus niet op. Maar als de brommerjongens uit het oorlogsgebied ons van dichtbij zien is duidelijk dat wij niet van hier zijn: ‘Garichi? - buitenlander? - vragen ze door ons autoraam.

We zijn in Wardak, een provincie nog geen uurtje rijden buiten hoofdstad Kabul, waar westerlingen niet erg geliefd zijn. Het is ook de plek waar Amerikaanse militairen nu al langzaam aan hun gevechtstroepen terugtrekken. Diverse kleine militaire posten zijn sinds juni dit jaar gesloten. Volgens plan verdwijnen alle gevechtstroepen uit het hele land in 2014. Achterblijvers vrezen dat Afghanistan daarna afglijdt in een burgeroorlog.

Dat is niet een of andere vage illusie, horen we in Wardak. ‘De burgeroorlog is hier allang gaande. Gevechten tussen jihadisten zijn vooral toegenomen sinds het vertrek van Amerikanen uit district Nirkh', zegt burgervertegenwoordiger Shirza Bazoon. Hij is het hoofd van de provinciale raad in Wardak, een orgaan dat namens burgers overlegt met de overheid en andere instanties.

 

Vechtfilmpjes

Op filmpjes die recent door burgers in Wardak zijn gemaakt met mobiele telefoons, is te zien hoe jihadisten elkaar onderling beschieten met raketwerpers en ander zwaar geschut. Zo tonen Talibanstrijders diverse dode lichamen van gewapende Afghanen die ze net hebben gedood. De exacte opnamedatum van het beeld is onbekend, maar volgens burgers vinden dit soort praktijken momenteel plaats. De filmpjes worden door inwoners aan de enkele journalist gegeven die naar de provinciehoofdstad van Wardak durft te komen.

Ook de baas van het vluchtelingedepartement in Wardak, Haji Mohammad Shafeq bevestigt de burgeroorlog in zijn regio. ‘Ons grootste probleem is dat mensen hier momenteel een jarenoude strijd uitvechten. Krijgsheren vechten voor hun eigen gebied. Iedereen vecht voor zichzelf. Je kan dit een nieuwe burgeroorlog noemen ja.' Als Amerikanen volledig weg trekken uit Wardak, dan breekt nog meer chaos uit, denkt Shafeq. Dan worden de door het Westen opgeleide politiemacht en het leger binnen één dag onder de voet gelopen door jihadisten in de regio.'

Het verhaal over de burgeroorlog in Wardak is een cruciaal verhaal over Afghanistan. Het zegt veel over wat er gaat gebeuren na 2014 als westerse gevechtstroepen zoals gepland vertrekken. Na Wardak zal vermoedelijk ook de rest van Afghanistan dan in chaos vervallen. Wardak staat symbool voor de toekomst van het land.  

De situatie in Wardak zegt ook veel over wat westerlingen hebben bereikt na 11 jaar in Afghanistan: niet veel. Het land is nog lang niet gestabiliseerd. Dat was wel ooit de bedoeling van de oorlog tegen het terrorisme, die afgelopen week precies 11 jaar geleden begon met bombardementen in Kabul. Defensievoorlichters doen ons graag geloven dat Afghaanse veiligheidstroepen er inmiddels klaar voor zijn om zelfstandig de orde te bewaren. Dat is niet waar.

 

Aanslagen

‘Er is hier geen veiligheid. Een paar dagen geleden vielen nog tientallen doden bij een zelfmoordaanslag', zegt Shafeq. Terwijl de vluchtelingenbaas dit vertelt op zijn kantoor in de provinciehoofdstad van Wardak, breekt een paar honderd meter verder een vuurgevecht uit. We horen via het openstaande raam duidelijk het geratel van machinegeweren. ‘Ze zitten zelfs in de stad', zucht Shafeq.

Met ‘ze' bedoelt hij twee jihadistengroepen: de Taliban en de Hezb-e-Islami. Zolang ze een gezamenlijk vijand hebben, zoals Amerikaanse militairen, trekken ze samen op. Valt die gezamenlijk vijand weg, dan gaan ze onderling vechten. ‘Dat gebeurt nu in de dorpen van Wardak', vertelt Shafeq.

Zijn departement registreerde het afgelopen half jaar 434 families die het platteland van Wardak zijn ontvlucht vanwege de burgeroorlog. In dezelfde periode vorig jaar waren dat er ongeveer 350. Vooral uit district Nirkh, waar in juni een Amerikaanse militaire basis is gesloten, komen relatief veel families (ruim een kwart) . 

Westerlingen zoals wij raadt Shafeq ten sterkste af om naar de afgelegen dorpen te reizen om verslag te doen van de burgeroorlog. Zelfs binnen de provinciehoofdstad adviseert hij niet langer dan drie uur rond te hangen. Hij is sowieso verbaasd dat we er zijn. ‘Westerlingen komen hier nooit zonder militairen.' Zijn waarschuwingen worden herhaald door andere ambtenaren en burgers in Wardak. In Nederland of andere westerse landen is vrijwel niets bekend over de burgeroorlog die al gaande is in Afghanistan, omdat westerse journalisten zelden in gebieden als Wardak komen.

‘Zonder bodyguards en wapens overleven we het nog geen kilometer. Ik geef ons een half uur', zegt vertaler Hamza als we weer op de weg staan en samen staren naar de no-go area waar de burgeroorlog zich afspeelt. ‘Jihadisten schieten je daar zonder vragen stellen dood. Het interesseert ze niets of je journalist bent.' Ter illustratie: toen gouverneur Mohammad Halim Fidai begin september over die weg reisde om slachtoffers van een aanslag te bezoeken, gingen 235 bewakers ter bescherming mee, heeft hij ons zelf verteld.

Over diezelfde weg komen soms auto's vol families uit het oorlogsgebied rijden. Ze zoeken veiligheid in provinciehoofdstad Maidan. We blijven dus een tijdje wachten op de weg om families op te vangen om met hen te praten over de burgeroorlog. Maar lang stilstaan kunnen we hier niet. Na een half uurtje zegt Hamza: we moeten nu echt gaan: we zijn ‘sitting ducks' hier - schietschijven.

 

Vluchtelingen

In onze Toyota gaat het over zanderige hobbelwegen naar de vluchtelingenwijk aan de rand van provinciehoofdstad Maidan. De huizen hier zijn gebouwd van een mengsel van klei, stro en zand. Stromend water, een riool of toiletten ontbreken. Hele families wonen in één of twee kamers. We kloppen aan bij een huis van een familie waarover straatjongens ons hebben verteld dat die net is gevlucht uit de oorlog. Een oudere man met grijze baard, een tulband en glimmende zwarte ogen doet open. Boer Mohammad Asif (62) verwelkomt het onverwachte bezoek. We krijgen groene thee, terwijl we in kleermakerszit plaatsnemen op een tapijt in zijn armoedige woonkamer.

Asif vertelt dat hij inderdaad is gevlucht voor de burgeroorlog. Een paar maanden terug werd hij zo bang van de machtstrijd die Taliban en Hezb-e-Islami momenteel in zijn geboortedorp Karimdat voeren, dat hij zijn biezen pakte. In zijn geboortedorp wordt op kleine schaal al jaren gevochten tussen de jihadisten. ‘Maar de gevechten zijn heviger geworden sinds Amerikaanse militairen omstreeks juni hun basis sloten nabij het dorp', vertelt Asif. Zonder militaire basis tussen hen in, zijn de jihadisten  volop aan het vechten geslagen. ‘Er zijn inmiddels twee tot die keer per dag vuurgevechten in mijn dorp. Ze schieten gewoon vanaf de akkers tussen de burgers door.'

Asif's oudste zoon Zia kwam zo'n twee jaar geleden per ongeluk om in het kruisvuur van jihadisten. Hij heeft nog twee zoons over en wil niet dat zij hetzelfde lot ondergaan. Asif - die een lichte voorkeur heeft voor de jihadisten van de Hezb-e-Islami - vindt het een slecht idee als de Amerikanen vertrekken uit zijn land, omdat ‘Afghanen dan onderling meer gaan vechten.' Als de Amerikanen uit heel Afghanistan vertrekken, zal er ‘100 procent zeker een burgeroorlog uitbreken. Net zoals in mijn dorp', zegt Asif. 

Buiten op straat komen we weer een paar straatjochies tegen die we vragen om ons naar een andere vluchtelingenfamilie toe te brengen die hier net is komen wonen. Kleine voetjes dribbelen over zandpaden, handjes wuiven ons te volgen. Behendig springen ze over gaten en kuilen in de weg en brengen ons naar een modderhuis met een groene stalen deur.

Taxichauffeur Haji Mohammad Sediq (crica 45 jaar) vluchtte zes maanden geleden voor de burgeroorlog in zijn dorp Khan Jan Khil. Het ligt in hetzelfde gebied als Asif's dorp. Ook in zijn dorp zijn de gevechten tussen twee jihadigroepen heviger geworden sinds Amerikanen vertrokken. ‘Ze vechten wie nu de baas mag zijn', zegt Sediq. Hij werd zelf regelmatig onder druk gezet om mee te vechten. Hij vluchtte om dat lot te vermijden. Op het moment dat we Sediq spreken zijn de Hezb-e-Islami de baas in zijn dorp,  maar diezelfde avond zullen Talibanstrijders het overnemen, zo horen we een dag later.

 

's Nachts vertrekken

Aangezien het voor ons journalisten te gevaarlijk is om lang te blijven in Wardak, spreiden we onze korte bezoeken over een periode van vijf dagen. 's Nachts logeren we in hoofdstad Kabul. Overdag komen we per auto terug op onvoorspelbare tijdstippen.

Op de derde dag spreken we de oude vluchteling Mohammad Yunus (circa 75 jaar), die voor de burgeroorlog vluchtte en inmiddels bovenop een berg in ‘veilige' Maidan woont. Vanuit zijn huis kijken we uit over de militaire basis van de Amerikanen, die hier gestationeerd zijn. Een Blackhawk gevechtshelikopter stijgt op richting het burgeroorloggebied.

Yunus ontvluchtte zijn dorp Zakala omdat hij als Taliban-sympathisant problemen kreeg met Hezb-e-Islami-strijders die hem wilden doden. De gevechten in zijn dorp zijn inmiddels zo hevig dat hij denkt dat hij nooit meer terug kan. De conclusie van Yunus is dat Afghaanse burgers het beste af zijn als Amerikanen tussen de strijdende jihadi-groepen inzitten om de vrede te bewaren. ‘Het was veiliger toen ze er waren.' Als ze wel weggaan, vreest hij een burgeroorlog in het hele land.' De Taliban-sympathisant vindt het ‘heel erg' dat Amerikanen zijn vertrokken uit zijn geboortestreek.

De vluchtelingen die we spreken vragen we stuk voor stuk om met ons mee te gaan naar de rand van de stad zodat we een foto kunnen maken van hen en hun familie op de weg naar het oorlogsgebied. Alleen boer Asif en taxichauffeur Sediq gaan akkoord. Kinderen gaan in onze achterbak. De mannen lopen de circa twee kilometer naar de weg. We zijn allemaal nog maar net verzameld bij de wegwijzer met daarop de verkeerd gespelde naam van district Nirkh, als we een luide explosie horen in de verte. ‘Dat was een IED' - een bermbom - zegt onze vertaler Hamza. Zijn ogen speuren om ons heen naar de bergen.

We maken snel foto's van de families op de weg, terwijl Hamza steeds bezorgder kijkt. Een dag eerder verlieten we Wardak plotsklaps na een waarschuwing van een overheidsmedewerker dat ‘de buitenlandse journalisten begonnen op te vallen' en dat we moesten oppassen. De vluchtelingen willen ook weg. ‘Als jihadisten ons hier zien staan met buitenlanders, dan sturen ze een brommertje met twee jongens om het vuur op ons allemaal te openen', vertaalt Hamza .

We pakken de kinderen op en stoppen ze snel weer in de achterbak . We zetten de vluchtelingen weer af bij hun tijdelijke huis. Daarna maken we een scherpe bocht naar links, terug naar Kabul. Vertaler Hamza kijkt nog een tijdlang bezorgd in zijn achteruitkijkspiegel.

(einde reportage)

 

>KADER: ISAF ontkent burgeroorlog in Wardak

De internationale troepenmacht in Afghanistan (ISAF) ontkent dat er sprake is van een burgeroorlog in Wardak.'Wij herkennen dat beeld absoluut niet', zegt de Amerikaanse majoor Shane Finn per telefoon. Hij is verantwoordelijk voor operaties van coalitietroepen in Wardak. Hij erkent wel dat er al langere tijd conflict is tussen jihadisten van de Taliban en Hezb-e-Islami in Wardak.

Maar volgens hem slagen Afghaanse veiligheidstroepen er goed in om de veiligheid voor burgers te bewaren. ‘De veiligheid in Wardak verbetert elke dag. Zo waren er een paar maanden geleden nog twee of drie aanslagen per week op de snelweg van Wardak naar Kandahar. Nu is het er gemiddeld één. Dat komt door het werk van Afghaanse veiligheidstroepen.'

Volgens de ISAF-majoor nemen ‘dramatische uitspraken' over een op handen zijnde burgeroorlog ‘altijd toe' als coalitietroepen vertrekken. ‘Zo proberen Afghanen ons te overtuigen om te blijven.' De majoor benadrukt dat de Amerikanen op dit moment nog niet weg zijn uit Wardak of district Nirkh, maar zich uitsluitend hebben teruggetrokken op dichtbijzijnde militaire posten. ‘We creëren zo ruimte voor Afghaanse veiligheidstroepen om hun succes te tonen. Indien nodig kunnen wij te hulp schieten. Maar langzaam dragen wij verantwoordelijkheid over. We werken nog steeds samen. Het subtiele verschil is dat we niet meer bij élke patrouille schouder aan schouder lopen', zegt de ISAF-majoor. Verzoeken van de Volkskrant om Amerikaanse militairen in Wardak te bezoeken, zijn gedurende een maand niet beantwoord.

De NAVO nam in september het besluit om samenwerking met Afghaanse militairen deels te staken, om meer aanslagen van ‘binnenuit' te voorkomen. Dit jaar stierven ruim vijftig westerse militairen nadat een Afghaanse soldaat het vuur op hen opende. Op 29 september gebeurde dat nog in Wardak. Daar viel de 2000ste Amerikaanse dode. Het totaal aantal militaire coalitiedoden in Afghanistan kwam daarmee op bijna 3200. Jihadistengroepen houden voor zover bekend niet bij hoeveel strijders zij hebben verloren. Er is geen officieel cijfer bekend van het aantal Afghaanse burgerdoden in de afgelopen 11 jaar oorlog. De Verenigde Naties telde er sinds 2007 ruim 12.000.