• natalie02b

Een heel leven in een uur weggespoeld

Geplaatst door op in Reportages

(c) Ton KoeneVeel Pakistanen werden verrast door de snelheid waarmee het water opkwam. ‘We zijn alles kwijt.'

NOWSHERA DISTRICT Alles wat Juma Khan (30) ooit bezat, werd binnen een uur voor zijn ogen weggespoeld. De vloedgolven kwamen voor hem en zijn 20 duizend dorpsgenoten volledig onverwacht.

Van onze correspondente  Natalie Righton
Foto: Ton Koene (Een slachtoffer van de watersnood in Pakistan graaft in de modder naar zijn bezittingen in Charsadda)
Dit artikel werd op 10-08-2010 gepubliceerd in de Volkskrant

‘Het water was er ineens. Na de eerste golf stond het tot borsthoogte. Als eerste hebben we vrouwen en kinderen naar een hoger gelegen gebied gebracht. Jongens bleven achter om in te pakken wat ze konden dragen', zegt Khan, met trieste blik, over de gebeurtenissen eind juli in het dorp Azalkhail in het Nowshera-district in het noordwesten van Pakistan.

Maar dat inpakken lukte niet. Al snel kwam de tweede vloedgolf en was het water huizenhoog gestegen. Juma: ‘We moesten rennen voor ons leven. We hebben niets mee kunnen nemen. Huizen en bomen werden verzwolgen. Dieren en mensen ook. We zijn alles kwijt.'

Kind begraven
Velen werden verrast door de snelheid waarmee het water opkwam, vertelt Juma ook. Een moeder en kind uit het dorp werden meegesleurd in de stroom, evenals een echtpaar. ‘De lijken van de volwassenen hebben we inmiddels teruggevonden, maar het kindje ligt hier nog ergens in de blubber', zegt Juma, terwijl hij wijst naar de restanten van zijn dorp.

Die restanten bestaan uit bergen bakstenen in de modder. Daartussen liggen verloren slippers, dekens, kapotte kasten. Het is een ravage, het hele dorp is letterlijk weggevaagd. Er hangt een geur van rottende karkassen van gestorven vee.

Juma en zijn vrienden staan kniehoog in de blubber en graven met hun blote handen tussen hun verwoeste huizen, op zoek naar spullen die nog waarde hebben. ‘Kleren, ik zoek kleren!', zegt Juma. ‘Wat ik nu draag, is het enige dat ik nog heb.' Een vriend van hem, de 20-jarige Shafiq, zoekt geld. ‘We hadden een kistje in ons huis met 30 duizend rupee (265 euro), al ons spaargeld.'

De overlevenden van de watersnood hebben hun spullen hard nodig. Twaalf dagen na de vloedgolven bivakkeren veel inwoners van Azalkhail nog steeds op het hoger gelegen gebied. Ze slapen langs de verhoogde spoorlijn, of op de snelweg. Er zijn een paar tenten van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR, maar verder niets. Geen hulp, geen eten. Het is een ramp na de ramp.

Boos op de overheid
Overlevenden zijn bitter en boos op de overheid, die in hun ogen faalt in de reddingsoperatie. Met name president Zardari, die gedurende de ramp dagenlang in Europa verbleef, is niet populair.

‘Zardari? Wie is Zardari?', zegt Sultan Mohammad (38), een andere inwoner van Azalkhail die op zoek is naar matrassen en dekens tussen de blubber. ‘Die man kennen we niet. Maar als hij onze president is, zoals u zegt, is hij een slechte president. Na zo'n ramp verwacht ik dat hij hier samen met ons in de blubber staat. Of tenminste vanuit een helikopter kijkt naar wat wij meemaken.'

Na de horror van de vloedgolven heeft Mohammad nu vooral praktische zorgen voor de toekomst. ‘Het is moeilijk te overleven. Ons geld raakt op.' Mohammad heeft zijn vrouw en kinderen ondergebracht in een pension in provinciehoofdstad Peshawar, voor 50 euro per maand. Anderen teren op hulp van familie en vrienden, bij wie ze tijdelijk inwonen. ‘Ik weet niet hoelang we dit nog volhouden', zegt Mohammad wanhopig, die behalve zijn huis ook zijn reisbureau kwijtraakte. Het kantoor werd weggespoeld, evenals de bushalte vanwaar zijn klanten vertrokken.

Hulp van extremisten
Islamitische militanten maken ondertussen handig gebruik van de onvrede van de Pakistanen. Terwijl we op de snelweg tussen vluchtelingen van Azalkhail staan, komt plots een vrachtwagen van de Hezb-e-Islami aanrijden, de politieke tak van terreurleider Gulbuddin Hekmatyar. Er wordt brood, water en kleding uitgedeeld.
Volwassen mannen sprinten naar de vrachtwagen om de hulpgoederen te bemachtigen.

‘Ik ben vóór iedereen die hier eten komt brengen', zegt Asadullah (55), een slachtoffer met lange baard en donkere ogen. ‘Als dat Hekmatyar is, maakt mij dat niets uit.'

Ook in het naburige Sulatanabad raken tijd en geduld van de overlevenden op. In het gehavende dorp werd de helft van alle woningen weggespoeld. Hulp is na twee weken nog niet gekomen. De lokale burgemeester, Falak Naz (35), zegt met lege handen te staan: ‘Ik kan niets doen, ik heb geen spullen, medicijnen, niks.'

Trots is hij wel op burgers uit andere dorpen, die af en aan komen rijden om curry, rijst en broden uit te delen. Naz: ‘Wij helpen elkaar, maar het is triest dat de overheid niks doet voor de mensen in Sultanabad, die alles in één nacht verloren.' De burgemeester is lid van dezelfde politieke partij als president Zardari, die schittert door afwezigheid. Naz: ‘De hele zaak is beschamend voor mij.'

NIEUWSKADER: 'Ramp in Pakistan groter dan tsunami'
De overstromingen in Pakistan hebben volgens de Verenigde Naties ongeveer 13,8 miljoen mensen getroffen. De schaal van de ramp is daarmee groter dan die van de tsunami, die in 2004 vijf miljoen mensen in Azië trof. Dat heeft VN-hulporganisatie OCHA maandag gemeld.

De vergelijking gaat niet op voor het aantal dodelijke slachtoffers; bij de tsunami vonden naar schatting 230.000 mensen de dood. Het dodental in Pakistan bedraagt 1.600.

De hulpverlening na de overstromingen wordt ernstig bemoeilijkt door modderstromen en aardverschuivingen. Veel wegen zijn verdwenen of onbegaanbaar. Circa een miljoen Pakistanen zijn van de buitenwereld afgesloten.

Door het slechte weer kunnen helikopters met reddingswerkers en hulpgoederen niet opstijgen. Hulporganisaties en het Pakistaanse leger hebben boten en muilezels ingezet om de moeilijkst bereikbare gebieden van hulp te voorzien. Er is meer regen op komst.