• natalie02b

Het verhaal van Samir, die naar Europa wilde

Geplaatst door op in Interviews

(c) Ton KoeneVeel Afghanen vrezen een burgeroorlog nu de uittocht van duizenden westerse militairenin zicht is. Samir besloot zijn lot niet af te wachten en probeerde met mensensmokkelaars het ‘paradijs Europa' te bereiken. Het relaas van een reis.

HERAT - ‘Zes maanden lang heb ik nagedacht of ik mee zou gaan met mensensmokkelaars naar Europa. De reden is simpel. Ik ben 26 jaar oud, maar echte vrijheid heb ik nooit gekend. Het was al oorlog toen ik geboren werd. Ik ken alleen een leven vol angst.

Tekst Natalie Righton
Foto: Ton Koene (de 26-jarige Samir uit het Afghaanse Herat)
Dit artikel werd op 18-08-2010 gepubliceerd in de Volkskrant

Na een optreden met mijn band in Herat - mijn woonplaats - kwamen de eerste dreigtelefoontjes. Het was niet alleen de muziek, maar ook het feit dat meisjes op het podium hadden gestaan. Als we je te pakken krijgen, maken we je af, zeiden de extremisten. De bedreigingen namen toe in 2009, toen ik als verslaggever voor de lokale televisie werkte.

Ik lag niet alleen wakker van de dreigtelefoontjes, maar ook van de angst voor een nieuwe burgeroorlog. Als straks alle westerse militairen vertrekken, breekt de chaos uit. Dat denken de meeste Afghanen die ik ken.

Maar vluchten naar Europa is levensgevaarlijk, waarschuwden vrienden mij. Ze hadden verhalen over Afghanen die onderweg zijn gestorven. Ik hoorde de risico's aan, maar dacht tegelijk: als je een toekomst voor jezelf wilt, Samir, is in Afghanistan blijven geen optie.

Mijn beslissing om te vertrekken werd inzet van een familieberaad. Mijn oom was de eerste die zei dat hij meewilde. Zijn zoon is niet lang geleden gekidnapt voor geld. Dat gebeurt veel in Afghanistan. Uiteindelijk besloten 22 familieleden de sprong naar Europa te wagen. Dat was in september 2009.

Twintig familieleden kregen een visum voor Iran, vanwaar ze illegaal verder zouden gaan naar Turkije en Europa. Mijn neef en ik hadden minder geluk en moesten eerst illegaal de grens met Iran over.

Mensensmokkelaars
Een telefoonnummer van een mensensmokkelaar hadden we zo geritseld. Iedereen in Herat kent wel een ‘mannetje'. We ontmoetten hem in Zaranj, een Afghaans stadje vlak bij de Iraanse grens. De afspraak was dat mijn familie 750 dollar aan hem zou overmaken als ik veilig Teheran had bereikt.

De reis werd een helletocht. Ik mocht voorin de auto meerijden vanuit Zaranj, omdat ik een Iraans uiterlijk heb en niet zou opvallen. Maar mijn neef moest in de kofferbak, met nauwelijks zuurstof. Na een uur bereikten we een hoge muur. Klim daar maar overheen, dan ben je in Iran, zei de mensensmokkelaar.

Maar de Iraanse muur was hoog en het was daglicht toen ik erover klom. Ik was doodsbang dat de grenspolitie ons zou doodschieten. Om mij heen zag ik meer mensen over de muur klimmen, zelfs vrouwen en kinderen.

Aan de andere kant van de muur stond een man. Ik denk dat we twee kilometer achter hem zijn aangerend. Een vrouw brak haar voet, kinderen raakten gewond. De mensensmokkelaar liet iedereen achter die te zwak was. Uiteindelijk hebben drie van de twintig mensen die over de muur klommen het gered tot het volgende dorp.

Losgeld
Mijn neef en ik werden daar door een nieuwe smokkelaar in een schuilhuis verstopt. De hele dag kwamen plukjes Afghaanse vluchtelingen aan. De smokkelaar hield diverse Afghanen gegijzeld en ging hun familie om losgeld vragen. Mijn neef en ik konden hem overtuigen dat we uit een arme familie kwamen. Hij liet ons gaan.

Met taxi's zijn we verder gesmokkeld naar de stad Zabol. Vanaf daar volgden we een route door de bergen naar Zahedan, een weg die ook veel drugssmokkelaars gebruiken. De politie jaagt daar op ze. Je hoort voortdurend geweerschoten.'
‘Al na een paar kilometer werden we opgepakt. De politie bracht ons naar een garage en pakte al onze spullen af. Ze sloegen ons om te achterhalen wie de smokkelaar was.

De smokkelaar moest 1.000 dollar betalen om de hele groep vrij te krijgen. Wij hebben op hem ingepraat om dat te doen, want we waren met negen man en hij zou negen keer 750 dollar mislopen als wij de gevangenis ingingen. De smokkelaar wist het afkoopgeld uiteindelijk via via bij de politie te krijgen.

Bij het openen van de garage zeiden de agenten: jullie hebben een paar seconden
om weg te rennen. Maar weet wel, aan de andere kant van de weg staan agenten die je misschien neerschieten.

Wat moet je dan? Met negen man sprintten we de grote weg over, de bosjes in. Het was erg zwaar, want we waren allemaal zwak van de honger en dorst. De smokkelaars geven je niks te eten.

Hollywood-film
Ik vluchtte terug naar het schuilhuis in Zabol, waar ik smokkelaar Wahid leerde kennen. Wahid is het type dat je ziet in maffiafilms. Hij had een litteken over de rechterkant van zijn gezicht, van boven zijn wenkbrauw tot aan zijn kin. Hij beloofde ons via een andere route naar Zahedan te brengen.

Wahid was erg professioneel. Hij had een knop in zijn Mercedes ingebouwd waarmee hij alle lichten kon dimmen, zelfs de remlichten. Midden in de nacht en met ruim 150 kilometer per uur scheurde hij over een smalle weg naar Zahedan.

Een keer kwam een politieauto achter ons aan. Wahid deed de lichten aan, zodat ze ons een tijdje konden volgen, maar na een minuut deed hij ze weer uit. Die agenten schrokken zo dat ze hard op de rem trapten. Hun auto sloeg over de kop, waarna wij ontsnapten. Wahid moest hard lachen. Ik had het gevoel dat ik in een Hollywoodfilm zat, echt waar.

Na twee uur bereikten we een bergketen. Wahid zei: klim die over en loop dan drie kilometer door. Als je iemand ziet, verberg je je. Kom alleen tevoorschijn als je je codenaam Naranj (Oranje) hoort. Wahid zou ons aan de andere kant van de bergen weer ontmoeten.

Lijken in het ravijn
Een tussenpersoon hielp ons met een hele groep Afghanen door de bergen. Hij zei: als er geschoten wordt en je wilt blijven leven, ren achter mij aan. De rest gaat dood, dat verzeker ik je. We liepen meer dan drie uur over de bergen en langs een ravijn. Ik zag lijken liggen, ik rook de dood. De meesten in onze groep waren heel moe. Maar als iemand niet verder wilde lopen, werd hij geschopt door de tussenhandelaar.

Wahid zag ik zoals afgesproken weer nadat we de bergen over waren. Hij maakte opnieuw een groot spektakel van onze vlucht. Hij had er plezier in de politie te pesten. Hij haatte ze, zei hij. Een keer waren we honderd meter voorbij een politiepost toen hij expres stopte en toeterde met zijn lichten aan. De politie begon direct te schieten. Wahid draaide met de auto hard rondjes om de as, waardoor het stof omhoog waaide, en stoof toen als een bezetene weg.'

‘We bereikten Zahedan opgepompt van de adrenaline. Ik was toen al drie dagen onderweg vanaf de Afghaanse grens, maar het voelde als een eeuwigheid.

Met nieuwe smokkelaars vervolgden we onze reis; honderden kilometers naar de Turkse grens. Een deel legden we af op motorfietsen. Op weg naar Kerman ging het mis. Daar werd de motorfiets waarop ik zat omsingeld door politie en werd ik weer gearresteerd. Ik was doodsbang, want ik had gehoord dat de Iraanse politie je voor zes maanden op dwangarbeid stuurt als je als vluchteling gepakt wordt.

Gelukkig viel het mee. Het bleek dat ze vooral geïnteresseerd waren in drugssmokkelaars. Ik vertelde dat ik op weg was naar mijn zieke moeder in Kerman. De politieagent zei: we weten dat je geen moeder hebt in Kerman, maar omdat je geen drugs hebt, mag je gaan. Hij pakte nog wel mijn laatste geld af.

Na vele uren rijden kwamen we in een smerige loods aan en toen ben ik voor het eerst boos geworden op de smokkelaars. Ik heb met een geleende mobiel gebeld naar de hoofdsmokkelaar en gezegd: je zou ons in drie dagen naar Teheran brengen. Nu ben ik al zes dagen onderweg en zit ik een smerige loods!
Hij zei: als mijn volgende tussenman komt, maak je een hoop herrie dat je weg wilt, en het komt goed. Dat klopte.

Een dag later was ik in Teheran. De eerste etappe van mijn reis had ik wonderlijk genoeg overleefd. Ik belde mijn familie, die inmiddels in Teheran met hun legale toeristenvisum zat te wachten op mij, om verder te gaan naar Europa.

Als beesten vervoerd
Met 22 familieleden maakten we een afspraak met een nieuwe smokkelaar, die beloofde ons voor 3.500 euro per persoon naar Griekenland te brengen. Het was ons hele familiekapitaal, maar we deden het toch. Het geld zou pas bij aankomst in Europa overgemaakt worden.

Ook het tweede deel van de reis werd een verschrikking. Het was nog gevaarlijker, want we reisden met vier gezinnen, compleet met vrouwen en kinderen. De Iraniërs van Umria, vlak bij de Turkse grens, staan bij Afghanen bekend als kidnappers. Ze nemen de meisjes voor zichzelf en ontvoeren de jongens voor losgeld.

Ik kan u uitgebreid vertellen over de reis, maar waar het op neerkomt is dat we als vee in vrachtwagens zijn vervoerd naar Turkije. We zaten zo opeengepropt met tientallen wildvreemde Afghanen, dat mensen flauwvielen. We waren als dieren die naar het slachthuis gingen.

Het laatste stuk naar Turkije klommen we over een koude, mistige berg. Het was er zo hoog dat er bijna geen zuurstof was. Niet alle vluchtelingen hebben het overleefd. Mijn familie wel.

Verraden
Wekenlang sleepten we onszelf van schuilhuis naar schuilhuis in Turkije. Er waren achtervolgingen, we gingen regelmatig door het oog van de naald. Maar uiteindelijk zijn we verraden. In Mersin werd mijn hele familie gearresteerd.

Op de Afghaanse ambassade, waar we verbleven tot onze uitzetting, zag ik veel vluchtelingen die ik herkende van de Turkse berg. Ze vertelden gruwelverhalen.

Een familie had al op een boot naar Griekenland gezeten, maar was beschoten door de grenspolitie. Hun enige twee kinderen waren omgekomen. Ambassadepersoneel vertelde dat ze in de koeling lijken van illegale Afghanen hadden liggen, van wie ze de identiteit niet konden vaststellen.

Deuren gesloten
Mijn vluchtpoging heeft in totaal vier maanden geduurd. Sinds december 2009 woon ik weer in Herat. Ik voel me niet veilig. De dreigtelefoontjes zijn weer begonnen: waag het niet om weer muziek of televisie te maken. Om te overleven heb ik mijn dromen opgegeven. Ik zal nooit een cd maken, nooit meer optreden.

Ik ben nu Engels aan het leren. Mijn hoop is om ooit alsnog legaal met een studiebeurs naar het Westen te gaan. Maar als ik realistisch ben, is er weinig hoop voor mij. Die studiebeurs is een strohalm. Wie wil mij toelaten? Zolang ik geen foto's heb waarop te zien is dat een pistool op mijn hoofd wordt gericht, denk ik niet dat ik ooit toegang krijg tot Europa.

De bittere conclusie is dat ik mijn dromen nooit zal bereiken. Dat is een gekmakend idee als je pas 26 jaar bent, dat klopt. Ik ben in de war. De deuren zijn voor mij gesloten.'

HOE ZIT HET? Afghanen op de vlucht
Het is onbekend hoeveel Afghanen maandelijks illegaal het land proberen te ontvluchten, maar de vluchtelingenorganisatie van de VN (UNHCR) schat dat het er minstens evenveel zijn als zij die terugkomen uit Iran. Dat zou neerkomen op 42.000 Afghanen per maand. Daar komen de Afghanen die via Pakistan vluchten nog bij. ‘We zien vaak dezelfde gezichten; veel Afghanen proberen keer op keer te vertrekken', zegt Niq Mohammad, hoofd van UNHCR bij grensstad Islam Qala.

UNHCR trok in juni aan de bel over het groeiend aantal Afghaanse kinderen dat illegaal de gevaarlijke reis naar Europa onderneemt. Meer dan 5.900 Afghaanse minderjarigen vroegen in 2009 asiel aan in Europa, vergeleken met 3.380 het jaar daarvoor. Afghaanse jongeren vormen met 45 procent de grootste groep minderjarige asielzoekers in Europa. ‘In veel gevallen hebben Afghaanse ouders het vertrek van hun kinderen aangemoedigd', aldus de VN.