• natalie02b

Hulp op gang in Pakistaans Talibangebied

Geplaatst door op in Reportages

(c) Ton KoeneTARNAB / KAMP KHURASAN De medici van Artsen zonder Grenzen zijn nog geen half uur begonnen met het behandelen van patiënten middenin Pakistaans rampgebied, als de politie spontaan langskomt.

De gewapende agenten zeggen niets en laten de artsen gewoon hun werk doen, maar het is duidelijk dat ze een oogje in het zeil komen houden. Het is ongevraagde bescherming van humanitaire werkers in het noordwesten van Pakistan, dat niet alleen overstroomde, maar waar ook Taliban actief zijn.

Van onze correspondent Natalie Righton
Foto: Ton Koene (Medici van Artsen zonder Grenzen geven hulp aan slachtoffers in een school in het Pakistaanse dorp Tarnab)
Dit artikel werd op 12-08-2010 verkort gepubliceerd in de Volkskrant
 

‘Er zijn helaas delen van Pakistan die zijn afgesneden van hulp vanwege veiligheidsbeperkingen', vertelt Thomas De Cartier, medicus van Artsen zonder Grenzen in het Pakistaanse dorp Tarnab.  ‘Sommige plekken zijn te gevaarlijk om te werken, zeker voor buitenlanders. Het is een groot probleem', aldus De Cartier.

Tot nu toe heeft de hulporganisatie echter ‘geen directe bedreigingen' ontvangen van Taliban of van andere groeperingen, benadrukt Jonathan Whitehall, landencoördinator van Artsen zonder Grenzen in Pakistan.

De Pakistaanse Taliban gaf dinsdag via persbureau AP een verkapte waarschuwing aan buitenlandse hulpverleners in het land. ‘Pakistan moeten Westerse hulp afwijzen om zijn soevereiniteit en onafhankelijkheid te verdedigen', zei een Talibanwoordvoerder. De extremistische groep heeft in het verleden herhaaldelijk aanvallen uitgevoerd op westerse hulpverleners.

Het team medici van Artsen zonder Grenzen zet haar werk in Pakistan echter onverstoorbaar voort. ‘Wij zijn onpartijdig en willen ons niet mengen in politieke zaken. We zijn er alleen om humanitaire hulp te verlenen aan de slachtoffers van de overstromingen', zegt de landencoördinator.

Zonder zorgen
Thomas de Cartier en zijn Pakistaanse collega's dokter Mohammad Asgar en zuster Kousar Jabeen zijn daarom vandaag zonder zorgen met hun mobiele kliniek neergestreken in Tarnab, een dorp in de provincie Khyber-Pakhtunkhwa, dat zeer zwaar werd getroffen door de overstromingen.

Met een terreinwagen vol met medicijnen parkeren ze op het schoolplein van de middelbare jongensschool in Tarnab. Sinds een paar dagen hebben ruim 800 vluchtelingen, die huis en haard verloren door modderstromen, hun intrek genomen in de klaslokalen. Was hangt te drogen op het speelveld, moeders met betraande ogen hangen doelloos rond.

Dokter Mohammad en verpleegster Kousar klappen twee tafeltjes uit in het enige lege klaslokaal, leggen hun stethoscoop en medicijnen neer en de praktijk is geopend. Direct vormt zich een lange rij voor de geïmproviseerde kliniek van Artsen zonder Grenzen. Vrouwen in boerka, en mannen met tulbanden komen voor eerste hulp die ze al dagenlang ontberen.

Het meisje Tayaba (3) heeft huiduitslag op haar gezicht en armen, zoals veel overlevenden van de ramp. Een oude man op krukken heeft zijn been verwond tijdens de overstromingen. ‘Ik ben zo ontzettend blij dat de dokters mij gratis komen helpen. Ik heb al dagen pijn', zegt Abdul Ghaffar (80). Hij draagt een witte baard en islamitisch keppeltje. Leunend op zijn krukken probeert hij een buiging te maken naar de artsen.

Wanhopig voor hulp
De nood is zo hoog in Pakistan, waar de overstromingen nu al ruim 14 miljoen mensen hebben getroffen, dat hulporganisaties nauwelijks aan de behoeften kunnen voldoen. In de ogen van veel slachtoffers gebeurt er daarom ‘bijna niets'. Toch is dat niet zo. Her en der worden kleine gebiedjes voorzien van hulpgoederen of medische assistentie.

Als hulp op dinsdag voor het eerst arriveert in Kamp Khurasan, een van Pakistans meest afgelegen gebieden in de provincie Khyber-Pakhtunkhwa, is het moeilijk de groep slachtoffers in bedwang te houden. Een coördinator van Artsen zonder Grenzen klimt op een stoel en spreekt de toegestroomde menigte in het kamp toe: ‘Ik vraag u rustig te blijven. We hebben genoeg spullen bij ons voor iedereen!', zegt Italiaan Tommaso Fabbri door een megafoon.

Maar probeer dat maar eens uit te leggen aan de circa 550 families wier dorp vijf dagen terug overstroomde. Driekwart van de huizen is volledig weggevaagd. Wie zijn bezittingen zoekt, moet kniehoog door de blubber graaien. De meeste inwoners van kamp Khurasan hebben al dagen geen dak boven hun hoofd, geen eten, geen medicijnen.

'Alles is welkom'
Maulvi Asadullah (53) staat tussen de menigte te wachten die wanhopig wachten op hulpgoederen. ‘Ik weet niet wat ze uitdelen, maar alles is welkom', zegt Asadullah, vader van tien kinderen, zonder huis.

In de hulpkits van Artsen zonder Grenzen zit kookgerei, een plastic zeil en sanitaire producten, zoals zeep en tandpasta. En alle familiehoofden krijgen een tent. Asadullah neemt de spullen zo snel hij kan mee en draagt ze op zijn nek, door de blubber naar ‘huis'.

In de modderpoel waar eens zijn huis stond, stalt Asadullah op de restanten van een oud bed zijn nieuwe bezittingen uit: een tent en een plastic zeil (geweldig!, zegt Asadullah), twee pannen, vijf borden, vijf bekers, een jerrycan, drie dekens, drie handdoeken, een paar tandenborstels en stukken zeep.

‘Het is natuurlijk niet genoeg', zegt de berooide Asadullah, die zijn leven voorheen redelijk goed voor elkaar had als geestelijk leider van de gemeenschap. ‘Maar als je niks hebt, is alles wat je krijgt veel.'