• natalie02b

Koranstudenten: 'Aanslag is soms enige manier'

Geplaatst door op in Reportages

KABUL - Koranscholen in Pakistan en Afghanistan zijn broedplaatsen voor terroristen, wordt regelmatig beweerd. We bezoeken de grootste koranschool in de Afghaanse hoofdstad Kabul en praten met studenten over hun ideeën. Wat vinden ze van zelfmoordaanslagen? Haten ze westerlingen echt?

Het groepje studenten van de Abo Hanifa koranschool kijkt verbaasd, licht euforisch ook, als de verslaggeefster het leslokaal binnenstapt. De meeste van de circa duizend islamstudenten hier hebben nog nooit een westerling – vrouw ook nog – van zo dichtbij gezien of gesproken.

Tekst: Natalie Righton
Foto: Ton Koene (Koranstudenten van de Abo Hanifa koranschool)
Dit artikel werd op 20-12-2010 gepubliceerd in de Volkskrant

 ‘Bismillaahir Rahmaanir Rahiim’ - In de naam van Allah, de Erbarmer, de Barmhartige – prevelt een aantal van hen direct voor zich uit. Ze dragen islamitische keppeltjes. Korte baarden verraden hun jonge leeftijd: gemiddeld 20 jaar zijn ze.

 We blijken welkom te zijn, ook al is het bezoek onaangekondigd. ‘Dankuwel voor uw komst’, zegt de leraar met zijn rechterhand op zijn hart, terwijl hij een lichte buiging maakt met zijn hoofd. ‘Allah heeft ons vandaag twee buitenlanders gezonden zodat we hen kunnen uitleggen wat de islam is’, zegt hij in het Perzisch tegen zijn leerlingen.

 Zo’n twintig jongens gaan gretig rechtop in hun schoolbanken zitten, dit is duidelijk een buitenkansje voor ze. Eerst moeten we hun vragen beantwoorden: Waarom zijn we in Afghanistan? Van welk geloof zijn we? Zijn er ook moslims in Nederland? Mogen zij een moskee bouwen? Is het waar dat veel Westerlingen de islam een gewelddadige religie vinden? Vragende ogen, vriendelijke blikken

Slecht imago
De laatste vraag gebruiken we om ter zake te komen: Wat leren zij op de islamschool over het gebruik geweld? En hoe staan de koranstudenten persoonlijk tegenover Taliban en het plegen van aanslagen? Eerst komt het politiek correcte anwoord: ‘De islam is vreedzaam, we zijn tegen geweld en wreedheid tegen wie dan ook’, zeggen de studenten eengezind. Er worden koranverzen geciteerd en gezongen.

Allemaal vinden ze het vreselijk dat islam of koranscholen (madrassa’s)  internationaal zo’n slechte naam hebben. ‘Westerlingen hoeven  hoeft niet bang voor ons te zijn, wij zijn geen terroristen, maar vrome religieuze studenten’, zeggen ze. Een van de slimsten van het stel, Qudratullah (22), staat op en voegt toe: ‘We doen niemand kwaad, zolang wij niet worden aangevallen.’

Wraak
Precies in die laatste zin zit de crux. Zelfmoordterroristen in Afghanistan zien de rechtvaardiging van hun geweld in het feit dat onschuldige burgers – moeders en kinderen – worden gedood door buitenlandse militairen. Of dat nou per ongeluk is of niet, doet nauwelijks ter zake. Wraak, desnoods met geweld, is een logische gevolg, vinden ook de koranstudenten in Kabul.

Een zelfmoordaanslag is niet altijd slecht, zeggen ze. ‘Onder bepaalde omstandigheden kan een zelfmoordterrorist zelfs naar het paradijs (de hemel) gaan’, denkt student Abdul Ahad (21).

‘Als iemand bijvoorbeeld wraak wil nemen omdat zijn onschuldige vader is vermoord of zijn zus verkracht, maar hij heeft geen helikopter of wapens om terug te slaan, dan is een zelfmoordaanslag soms de enige manier’, legt Abdul uit. ‘Als de vergelding alleen de dader treft, dan mag het.’

Kortom, gewelddadig verzet mag, moord zonder aanleiding niet, vatten de koranstudenten samen.

Korans verbrand
Het aantal zelfmoordaanslagen in Afghanistan neemt toe, weten ook deze jongens. Voor hen is het volstrekt verklaarbaar. ‘In  Kandahar worden ’s nachts dorpen aangevallen omdat ze vermoeden dat er één Talib zit. Ook mensen die geen Taliban zijn, worden op die manier gedood. Zo geef je mensen een reden om zich aan te sluiten bij het verzet’, zegt Aziz Rahman (30).

Er is volgens student Abdul nog een reden dat Afghanen westerlingen verafschuwen. ‘Wij horen dat westerlingen korans door de wc spoelen of verbranden. Daarom haten mensen jullie.’

Toch zal Allah zelfs een wraak-zelfmoordaanslag niet zomaar goedkeuren, weten de studenten.  ‘Allah is de schepper en hij alleen mag beslissen over het einde van iemands leven. Jezelf opblazen (zelfmoord plegen) is daarom niet goed.’ In de gedachtenwereld van de koranstudenten is het doden van de vijand dus niet een belemmering om in het paradijs te komen, maar jezelf opblazen wel.

Iets anders is als een terrorist besluit zichzelf op te blazen op een publieke plek, zoals een markt waar ook veel onschuldige burgers komen. ‘Zo’n aanslag is absoluut verkeerd’, zegt Abdul.

Toch is ook in dit geval een plekje in het paradijs niet direct uitgesloten, legt de leraar uit. ‘Allah is vergevingsgezind. Soms vergeeft hij zelfs moordenaars.’ De leerlingen knikken.

Gematigd
De koranschool Abo Hanifa in Kabul is voor Afghaanse begrippen erg gematigd. Het is een van de vijf officiële madrassa’s in Kabul, waar lessen onder toezicht staan van het ministerie van onderwijs.

Toezicht ontbreekt veelal bij de officieuze madrasssa’s die op elke straathoek van Kabul in een moskee zijn gevestigd. Daar kunnen jonge kinderen na schooltijd de koran leren lezen en geeft de mullah (geestelijk leider) privéles aan een ieder die meer wil weten over de islam. Ook jongvolwassenen kunnen er terecht voor zijn interpretatie van de koran. Als de mullah er extreme ideeën op na houdt, kan hij die redelijk ongestoord overbrengen op zijn leerlingen.

Koranstudenten – officieel Taliban geheten – die zodanig extreme ideeen opvatten dat ze geweld gaan gebruiken worden vooral opgeleid in dit soort onofficiële koranscholen in Kabul. Maar nog veel vaker in de tienduizenden madrassa’s op het Afghaanse platteland of het tribale gebied van Pakistan. Het woord van de mullah is daar wet. Wie kritische vragen stelt, riskeert bestempeld te worden als ‘afvallige’, iets waar volgens de shariawet de doodstraf op staat.

Het onderwijs aan madrassa’s is bijna altijd gratis. Dat trekt miljoenen studenten aan. Veel koranstudenten zijn arme boerenjongens van het platteland. De leerlingen van de Abo Hanifa school komen ook uit kleine gehuchten met modderhuisjes in arme provincies als Balkh en Wardak. De gratis madrassa is voor hen de enige plek waar ze kunnen leren lezen en schrijven en ander onderwijs kunnen volgen. Ook onderdak en eten wordt voor ze betaald.

Uit het hoofd
De nadruk van de lessen op madrassa’s ligt op het bestuderen van de koran.  In sommige gevallen is die koran in het Arabisch, een taal die het merendeel van de Afghanen en Pakistanen niet beheersen. Gevolg is dat studenten soms lange lappen tekst van de Koran uit hun hoofd leren, maar geen idee hebben wat de betekenis is van de woorden die ze opdreunen.

Op de Abo Hanifa koranschool is dat anders. Daar beheersen de jongens ook het Arabisch of lezen ze uit korans in de lokale taal. Zeventig procent van hun tijd gaat op aan het bestuderen van de koran. De overige 30 procent gaat op aan ‘normale vakken’, zoals wiskunde en taal.

Voor we vertrekken wil koranstudent Abdul graag nog één vraag stellen. Toen hij onlangs voor de feestdagen in zijn thuisprovincie Takhar was, werd een dorp gebombardeerd door buitenlandse militairen. ‘Kinderen zijn die dag vermoord. We waren allemaal vreselijk van slag. Begrijpt u nu wat dat met mensen doet?’