• natalie02b

Krijgsheren Kunduz: een tikkende tijdbom

Geplaatst door op in Nieuws

(c) Ton Koene In de Tweede Kamer groeit de twijfel over voortzetting van de politietrainingsmissie in Kunduz. Wat gaat er gebeuren als de Nederlanders vertrekken? De Volkskrant reisde naar Kunduz . Het werd een confrontatie met lokale krijgsheren. 'Ze vermoorden onschuldige burgers.'

Tekst: Natalie Righton

Foto: Ton Koene (krijgsheren in Kunduz)

Dit artikel werd op 24-10-2012 gepubliceerd in de Volkskrant www.volkskrant.nl

 

KUNDUZ - De mannen komen al schreeuwend Kunduz-Stad binnenrijden, met de lijken van hun zonen in de laadbak van een oude pick-uptruck. Een sliert auto's volgt, met in totaal twaalf lichamen doorzeefd met kogels. Zojuist is het Afghaanse dorp Kanam een bloedbad aangericht.

 

Op een grasveld nabij het politiebureau zien we hoe nabestaanden de lijken in een rij op de grond leggen, voor de voeten van plaatsvervangend politiechef Golam Mohammad Farhad. De stamoudste eist dat de moordenaars worden opgepakt. Volgens hem gaat het om bendeleden van een lokale krijgsheer. De politieman belooft arrestaties binnen twee dagen. De boze burgers roepen: 'Zo niet, trek dan uw uniform maar uit!'

 

De filmbeelden die we van nabestaanden krijgen van het bloedbad op 2 september in Kanam, zijn misselijkmakend. Niet alleen vanwege de bebloede lichamen die expliciet worden getoond. Maar ook omdat de daders twee maanden later nog altijd vrij rondlopen. Kanam is het recentste voorbeeld dat rechteloosheid heerst in Kunduz. Alleen al in september vielen onder burgers meer dan honderd doden en gewonden.

 

In de Tweede Kamer neemt de twijfel toe over voortzetting van de politietrainingsmissie in Kunduz toe, nadat vorige week bekend was geworden dat een aantal door de Nederlanders opgeleide agenten ook elders in Afghanistan actief is. Dat is tegen de afspraak. De trainingen aan de Afghaanse politieagenten zijn deels stilgelegd.

 

Om uit te vinden wat er misgaat in de Afghaanse provincie en wat daar waarschijnlijk gaat gebeuren als de Nederlanders in 2014 vertrekken, zijn we in september en oktober tweemaal naar Kunduz afgereisd. Om niet op te vallen doen we dat in een oude Toyota Corolla - de meest gangbare auto in Afghanistan. Vanuit de hoofdstad Kabul zijn we naar Kunduz gereden. Daar ontmoeten we de nabestaanden van de slachtpartij in Kanam in het huis van een stamoudste. Ze zitten in kleermakerszit op tapijten op de grond. Om ons heen staan glazen groene thee en schalen met rozijnen en amandelen.

 

Door elkaar vertellen ze hoe hun dorp werd omsingeld door bendeleden van krijgsheren, nadat een van hun collega's dood in het dorp was gevonden. De krijgsheren namen wraak op de dorpelingen, die zelf zeggen dat zij onschuldig zijn.

 

Wat er ook is gebeurd, feit is dat de politie het bloedbad dat volgde niet heeft kunnen voorkomen en ook niet heeft kunnen oplossen. De politiechef van Kunduz erkent later die dag dat bendeleden verantwoordelijk zijn voor het bloedbad in Kanam, waarbij twaalf jongemannen zijn vermoord. 'Arrestatie van de daders is al weken niet gelukt, omdat ze zich verstoppen', zegt Samiullah Qatra. Nabestaanden snuiven minachtend bij het horen van die woorden. Volgens hen is de politie te bang om de bendeleden van de krijgsheren te arresteren.

 

Illusie

De bijna 2.000 politieagenten van Kunduz zijn 'een muis' in vergelijking met de minstens 10 duizend bendeleden die de krijgsheren in Kunduz hebben, vertellen de nabestaanden en lokale journalisten. De hoop die Nederland had dat Kunduz veilig zou worden door politieagenten op te leiden, is volgens hen een illusie in een gebied waar illegaal gewapende groepen zo in de meerderheid zijn.

 

Dost Mohammad (65), met grijze baard en tulband, vertelt hoe hij zijn twee zoons voor zijn ogen vermoord zag worden op 2 september. 'We schuilden binnen in ons huis. Maar de krijgsheren trapten de voordeur in. Daarna executeerden ze mijn zoons één voor één.'

 

Nur Agha (37), wiens broer werd vermoord, zegt: 'Krijgsheren hebben die dag onschuldige mensen vermoord in onze huizen en op het land. Ze schoten zelfs op minderjarigen, vrouwen en dieren. Daarna stalen ze onze kleding, onze motorfietsen en andere spullen.'

 

Over de daders zijn de nabestaanden van Kanam eensgezind: 'De moordenaars zijn bendeleden van krijgsheer Mir Alam. Hij heeft ze wapens en geld gegeven. En hij heeft ze opgehitst. Hij was die dag niet zelf aanwezig, maar hij zit wel achter de moordpartij.'

Ze noemen Mir Alam 'de koning van Kunduz', een man die alles kan doen wat hij wil en die veel machtiger is dan de officiële politiechef.

 

Qari Sher Mohammad, een man die vijf familieleden verloor bij het bloedbad, zegt: 'Zelfs als de buitenlanders hier duizend jaar blijven, er komt geen vrede als Mir Alam in Kunduz blijft rondlopen. Als de politie hem niet oppakt, wil ik wraak nemen. Dan zal ik de daders zelf doden.' Ook hij voorspelt een burgeroorlog als de westerse gevechtstroepen - de Nederlanders, Duitsers en Amerikanen - in 2014 vertrekken.

 

De koning van Kunduz

In een gesprek met de Volkskrant ontkent Mir Alam betrokkenheid bij het bloedbad in Kanam: 'De daders zijn criminelen die moeten worden opgepakt. Ze werken niet voor mij.' Mir Alam zegt helemaal geen gewapende mannen aan te sturen: 'Ik ben geen krijgsheer of commandant. Ik ben werkloos. Ik zit thuis te niksen.'

 

Maar lokale journalisten schatten dat Mir Alam rondom Kunduz-Stad minstens 4.000 gewapende strijders heeft rondlopen: dat zijn er twee keer zoveel als de hele politiemacht van Kunduz bij elkaar. In gelekte Amerikaanse ambassadeberichten is Mir Alam de belangrijkste machthebber van de provincie genoemd, die meehielp de Taliban de verjagen. Zijn huis staat in een straat van Kunduz-Stad die is omgedoopt tot de Mir-Alam-Straat.

 

Vrijwel elk bendelid dat we aanspreken in Kunduz noemt Mir Alam als zijn commandant. Zo ontmoeten we in de gevangenis van Kunduz een man die half oktober werd opgepakt, omdat hij de keel zou hebben doorgesneden van een 20-jarig meisje. Achter de tralies vertelt Ibrahimi: 'Mir Alam is mijn commandant. In mijn dorp is geen politie, krijgsheren maken de dienst uit.'

 

Niet alle krijgsheren zijn slecht. Velen van hen helpen de politie de Taliban uit hun dorpen te verjagen. Ze krijgen training of ontvangen salaris van westerlingen, overigens niet van de Nederlanders. Maar sommige krijgsheren maken zich ook schuldig aan verkrachting, moord en afpersing.

 

Als de Nederlanders, Duitsers en Amerikanen in 2014 vertrekken en de krijgsheren dus waarschijnlijk dat deel van hun inkomsten zullen verliezen, dreigt het probleem van de rovende krijgsheren almaar groter te worden. De krijgsheren van Kunduz zijn een tikkende tijdbom, waarschuwden mensenrechtenorganisaties en de Verenigde Naties eind vorig jaar in lijvige onderzoeksrapporten.

 

Als wij rondrijden in de provincie zien we geregeld hoe krijgsheren hun macht vertonen: gewapende mannen scheuren rond op brommers of in pick-uptrucks, machinegeweren en raketwerpers op de schouders. Ze lijken voor niemand bang.

 

We besluiten de krijgsheren via een lokale journalist te benaderen. Het komt tot een ontmoeting met Shah Mehman uit Ali-Abad, dat zo'n half uur rijden van Kunduz-Stad ligt. Hij begeleidt ons naar zijn 'gebied' door met een pick-uptruck vol gewapende bendeleden voor ons uit te rijden.

 

Een wiebelende houten hangbrug over de Kunduz-rivier is de grens: vanaf hier deelt hij de lakens uit en niet de politie, zegt hij. De reputatie van Mehman is volgens de lokale politiechef vrij goed, ook al zat hij twee jaar geleden nog bij de Taliban. Hij veroorzaakt nu geen problemen.

 

'Sommige krijgsheren doen slechte dingen. Maar wij werken samen met de politie. We hebben een gezamenlijk doel: veiligheid brengen in deze buurt', zegt Mehman, terwijl we op de grond in zijn huis zitten in het afgelegen Ali-Abad district. Om ons heen theedrinkende strijders met kogelbanden over hun borstkas. De vraag is of Mehman zich netjes blijft gedragen. 'Als de westerlingen ons straks geen salaris meer geven, wat moeten we dan doen? Hoe moeten we onze families dan voeden?', vraagt hij zich af.

 

Salaris van het Westen

In totaal krijgen vierhonderd krijgsheren die in Kunduz worden ingezet als 'lokale poltie' sinds deze maand geen salaris meer uitbetaald. Burgers zijn bang dat die krijgsheren met hun bendes binnenkort stelend door hun gebied gaan trekken en ze onderling gaan vechten om de macht. Veel van de krijgsheren van nu vochten begin jaren negentig ook al een bloedige burgeroorlog met elkaar uit.

 

Terwijl Mehman praat, valt op dat boven zijn hoofd een foto hangt van hem en krijgsheer Mir Alam. Mehman noemt hem zijn vriend en commandant. Hij wil niets horen over verkeerde dingen die Mir Alam zou hebben gedaan.

 

Mehman nodigt ons uit om mee te gaan op patrouille. Samen met zijn mannen lopen we over zandwegen, door smalle straatjes van zijn dorp, tot we uitkomen bij een grote open vlakte waar kuddes schapen drinken in de rivier. Mehman wijst in de verte: 'De Taliban durven sinds anderhalf jaar deze rivier niet meer over te komen. We hebben ze verjaagd. Als wij stoppen met onze patrouilles, komen de Taliban direct terug.'

 

Zijn gewapende mannen escorteren ons een paar uur later in de pick-uptruck terug naar de 'bewoonde wereld'. Op de hoofdweg naar Kunduz-Stad geeft Mehman ons namen en nummers van andere krijgsheren. Hij wil graag dat wij inzien dat krijgsheren niet allemaal boeven zijn. Hij zwaait vriendelijk gedag.

 

In totaal reizen we vijf dagen mee met drie krijgsheren in Kunduz. Ook in Gortepa, een streek waar Nederlanders zich niet wagen, doen de krijgsheren hun best om ons te tonen dat ze niet alleen maar 'bad guys' zijn, maar dat ze soms juist de rust bewaren.

 

Vanuit een fort op een hoge berg wijst krijgsheer Jan Mohammad over zijn streek: 'Dit hier blijft alleen veilig omdat wij hier patrouilleren. Coalitietroepen en politieagenten komen hier niet.' Toch maakt ook hij zich zorgen over het vertrek van de Nederlanders en de andere westerse mogendheden. 'Als het toezicht van buitenlanders verdwijnt, kunnen andere krijgsheren doen wat ze willen. Velen zijn analfabeet. Geef ze een wapen en zonder toezicht gaan ze los. Kijk maar naar het bloedbad in Kanam.'

 

De Volkskrant maakte samen met Nieuwsuur een televisiereportage over de krijgsheren in Kunduz. De uitzending http://nieuwsuur.nl/onderwerp/432834-de-krijgsheren-van-kunduz.html was op woensdag 24 oktober op Nederland 2, 22.00 uur.