• natalie02b

Nederlanders lopen laatste patrouille Uruzgan

Geplaatst door op in Interviews

(c) Ton KoeneTARIN KOWT - Nederlandse soldaten hebben zondag hun laatste officiële patrouille in Uruzgan gelopen. Daarmee komt een eind aan vier jaar militaire inzet van Nederland in de Afghaanse provincie. Zondag worden de taken overgedragen aan een eenheid onder leiding van de Verenigde Staten.

De Amerikaanse opvolgers worden door een aantal inwoners van Uruzgan met wantrouwen bekeken.

Van onze correspondent Natalie Righton
Foto: Ton Koene (Nederlandse militairen tijdens hun laatste patrouille in Uruzgan)
Dit artikel werd op 26-07-2010 gepubliceerd in de Volkskrant

 ‘We weten niet wat we van ze kunnen verwachten', zegt een groepje winkeliers op de kruidenmarkt van provinciehoofdstad Tarin Kowt, als de verslaggeefster ze bezoekt zonder aanwezigheid van militairen. Sommigen zeggen vooral te vrezen dat Amerikanen agressiever zullen optreden dan de Nederlanders, waardoor mogelijk meer burgerslachtoffers vallen.

Positieve verwachtingen zijn er ook. ‘Hopelijk schieten de Amerikanen meer Taliban af', zegt Haji Asadullah, de stamoudste van Dehjauz Barakzai, een dorpje dat ligt in een gebied waar veel opstandelingen actief zijn. Volgens de stamoudste zijn de Nederlanders soms te aardig geweest: ‘Ze praten veel, maar schieten weinig'.

Nederland verloor tijdens vier jaar jagen op Taliban en opbouwwerk in Afghanistan 24 militairen; daarnaast vielen 140 gewonden. De Nederlandse militairen maakten onderdeel uit van de internationale coalitietroepen in Afghanistan (ISAF), die primair willen voorkomen dat terroristen een vrijhaven hebben in het land.

Maar wat is er bereikt? Onder veel Nederlandse militairen in Uruzgan leeft het gevoel dat de veiligheid sterk is verbeterd, maar dat het werk nog lang niet is volbracht. ‘Als we nu onze kont keren, vervalt morgen alles in chaos', is een veel gehoorde uitspraak. Afghanistan zou nog tientallen jaren militaire en humanitaire ondersteuning moeten krijgen.

In dorpjes rondom Tarin Kowt is goed voelbaar dat de Taliban allesbehalve volledig verdreven zijn en dat de sympathie van de Afghaanse bevolking voor de coalitietroepen broos is.

Een groepje oudere mannen in het dorpje Sian Chaw, negen kilometer ten westen van Tarin Kowt, wil niet eens vijf minuten spreken met de bezoekende Nederlandse militairen, uit angst voor wraak van Taliban. Een dorpsoudste in het gehucht Garni chanteert de militairen: ‘Als de coalitietroepen niets meer voor ons doen, sluiten mijn mannen zich misschien aan bij de opstandelingen.' Uit de omgeving dorpjes als deze werden sinds december acht raketten afgevuurd op de legerbasis van de Nederlanders. Buurtbewoners zeggen echter van ‘niets te weten'.

Dubbel gevoel
Door dit gebied liepen de mannen van de 13e Luchtmobiele Brigade de afgelopen vijf dagen hun laatste patrouille, met een dubbel gevoel. ‘Het is elke dag weer vechten om het vertrouwen van de bevolking te winnen', zegt pelotonscommandant Jelle. Pro- of anti-Talibandorpen bestaan eigenlijk niet in Uruzgan, legt hij uit. ‘De situatie is fluïde: Opstandelingen verplaatsen zich en duiken eerst in het ene, dan weer in het andere dorp op om de dorpelingen angst aan te jagen'.

Hij merkt het vaak als eerste aan de kinderen: ‘De ene keer zwaaien ze vrolijk naar je, de volgende keer krijgen ze een klap van hun ouders als ze naar je toe komen. Dan weet je: daar is net Taliban langs geweest.'