(c) Ton Koene Burgers in Kunduz weten niet dat Nederlandse politietrainers al zes weken  in hun stad wonen.

KUNDUZ – ‘Al zes weken?’ Haji Mohammad Anwar is erg verbaasd te horen dat Nederlanders al zo lang in Kunduz-Stad wonen. Zijn ogen zijn groot: ‘Echt? Ik heb ze nog nooit gezien.’

Van onze correspondent Natalie Righton
Foto’s: Ton Koene (Burgers in Kunduz)
Dit artikel werd op 30-08-2011 gepubliceerd in de Volkskrant


De stokoude landeigenaar Anwar noemt zichzelf 101 jaar oud en zag iedereen voorbij komen in de nu ruim dertig jaar durende oorlog in Afghanistan: ‘de Britten, de Russen, de Taliban, en nu de Amerikanen’, vertelt hij op een erfje voor zijn huis in Kunduz-Stad. Hij draagt een witte tulband, lange grijze baard.

‘Als je in Kunduz-Stad gaat werken als buitenlander, zijn er misschien vijf belangrijke mensen die je moet ontmoeten. Dat duurt hoogstens twee weken’, zegt Anwar. Waar blijven de Nederlanders?

Gedurende een week lopen we rond in Kunduz-Stad om inwoners te vragen naar hun reactie op de komst van de Nederlanders. We dwalen door smalle straatjes waar meloenen, kleding en juwelen worden verkocht. Slagers slachten hun vee op straat, vrouwen in boerka doen inkopen voor het avondmaal.

Het is Ramadan als we er zijn – de vastentijd voor moslims - dus gegeten wordt er niet. De kebabgriller is dicht. Mannen liggen in de schaduw te luieren in hun winkeltjes. De meesten vinden het niet erg om op de foto te gaan en doen graag hun verhaal. Tussendoor roept de imam via luidsprekers vijfmaal per dag op tot het gebed. Rikshaw-taxi’s scheuren toeterend voorbij.


Nooit van gehoord
Opvallend is dat vrijwel geen van de burgers van Kunduz weet dat Nederlanders al sinds juli in hun stad zijn. Op de bazaar – de voornaamste winkelstraat - weten ze wel dat er Duitse en Amerikaanse militairen zijn. Maar Nederlanders? ‘Nooit gezien.’

Dat komt waarschijnlijk doordat Nederlanders zes weken na hun aankomst in Kunduz nog altijd niet zijn begonnen met de politietrainingen. Ze zijn nog bezig met hun ‘kennismakingsronde’ met autoriteiten. Ze rijden in grote Bushmasters rond (pantservoertuigen), maar ‘stappen nooit uit om met burgers te praten of ze uit te leggen waarom ze er zijn’, zegt schoenmaker Haji Tur Denazad (70). Er staan ook geen Nederlandse rood-wit-blauw-vlaggetjes op de Bushmasters, wat Nederlanders nog onbekender maakt.

‘Het is slecht dat Nederlanders al zes weken in Kunduz zijn, zonder dat wij het weten’, vindt Abdul Sukur (65), leraar natuurwetenschappen op een middelbare school in Kunduz. ‘Ze moeten aan het werk, laten zien dat ze er zijn. Wat doen ze anders hier? Ze komen toch Afghanen helpen?’ Als opgeleide man snapt Sukur ‘heus wel’ dat er voorbereidingstijd nodig is voor militairen, maar toch duurt het te lang voordat de Nederlanders hun gezicht laten zien, vindt hij.

Al snel bemoeien omstanders zich met het gesprek dat we voeren met Sukur. ‘Buitenlanders zijn al niet populair in Kunduz, ze kunnen beter maar een goede start maken’, zeggen mannen in traditioneel lange Afghaanse gewaden en islamitische keppeltjes op.

Ongelovige bezetters
Net als in de rest van Afghanistan, doen buitenlandse militairen het niet snel goed in de ogen van de bevolking, blijkt als we her en der in kleermakerszit op de grond aanschuiven voor een gesprek. Hoe vriendelijk de soldaten soms ook proberen te doen, hoeveel waterputten ze ook slaan, of hoeveel Taliban ze ook verjagen.

Een buitenlandse militair wordt beschouwd als een bezetter en – nog belangrijker in het streng islamitische land – ongelovig. Die moeten dus allemaal vertrekken of dood, horen we regelmatig op de bazaar.

Tegelijk houden burgers in Afghanistan – en ook in Kunduz - er een dubbele moraal op na. Als de buitenlandse militairen morgen allemaal vertrekken, achten veel burgers de kans groot dat allerlei krijgsheren gaan vechten om de macht. Dat willen ze ook niet, dus zeggen burgers dat de ‘ongelovige bezetters’ voorlopig moeten blijven. Ze zijn een noodzakelijk kwaad.

‘Ik schat dat zeventig procent van de burgers in Kunduz tegen de aanwezigheid van buitenlanders is’, zegt Abdul Momin (45), houthandelaar in Kunduz. ‘Vooral streng religieuze mensen. Die denken dat buitenlandse militairen hier zijn om de islam te vernietigen.’ De tientallen luisterende omstanders knikken instemmend.

‘Maar ondanks alles is het voorlopig is het beter als de buitenlandse militairen even blijven, omdat er anders een burgeroorlog uitbreekt’, geeft de houthandelaar schoorvoetend toe. Hij kijkt naar het puntje van zijn schoenen als hij het zegt. Momin moet op zijn woorden passen met al die meeluisterende oren.

Vechten tegen Taliban
Als ze er dan toch zijn, willen inwoners Kunduz graag dat Nederlanders hun politie trainen. Dat vinden ze een goed idee. Dan kunnen agenten snel leren op eigen benen te staan en kunnen de buitenlanders daarna snel vertrekken.
‘De politie moeten vooral leren hoe ze moeten vechten tegen de Taliban. Het is goed dat buitenlanders ze daarbij helpen. Daarna moeten ze weer weg’, vertelt student Said Omar (21).

Over de kwaliteit van de huidige Afghaanse politie zijn burgers in Kunduz ronduit negatief. ‘Ze hebben geen inlichtingen om aanslagen te voorkomen. Ze persen mensen af en slaan burgers’, vertelt Zargoona Hassan (37), directrice van een radiostation in Kunduz. Op een kruispunt verderop zien we hoe een agent een burger meermalen in het gezicht stompt, zonder duidelijke reden. Verkeersagenten troggelen voorbijgangers continue geld af.

Anderen klagen dat de politie vooral zichzelf beschermt. ‘Aan de politie heb je niks. Die maken het alleen veilig voor zichzelf, niet voor ons. Ze zetten bijvoorbeeld hoge bom-werende muren om hun eigen huizen, maar niet om die van burgers’, zegt de 23-jarige verpleegkundige Hasmatullah.

Toch willen burgers liever niet dat Nederlanders over de bazaar gaan lopen om deze politieagenten integriteit bij te brengen, liever gebeurt dat in klaslokalen. ‘Het is gevaarlijk voor ons als buitenlandse militairen rondlopen op de bazaar, we willen dat niet. De kans is groot dat ze op een dag worden aangevallen door een zelfmoordterrorist. Bij dat soort explosies gaan ook Afghaanse burgers dood die per ongeluk naast ze staan. Ik heb liever dat ze ver van mij vandaan blijven’, vertelt een hoofddoekjesverkoper. Ook hier weer veel mensen die instemmend knikken.

Slechte veiligheidssituatie
De veiligheid is momenteel slecht in Kunduz, oordelen veel burgers. Vorige zomer waren de Taliban heel dichtbij Kunduz-Stad en werd er veel geschoten, ook raketten gingen af. In de winter hebben buitenlandse militairen samen met Afghaanse collega’s delen van de provincie schoongeveegd van Taliban. Daarna was het een tijd rustig. Inmiddels zijn Taliban met veel minder strijders, vermoedelijk nog zo’n 250 man in de provincie Kunduz.

Hoewel de groep geslonken is, zijn ze weer actief geworden sinds deze lente, zeggen burgers. ‘Ze stoppen bommen in de weg en sturen zelfmoordterroristen naar de stad om belangrijke figuren uit te schakelen’, oordelen ze. Zo werd de politiechef van Kunduz in maart op de bazaar gedood door een zelfmoordterrorist. Een Duits konvooi met daarin de hoogste Duitse commandant werd aangevallen door een bermbom.

‘De Nederlanders zijn wat mij betreft voorlopig welkom in Kunduz, maar niet iedereen denkt er zo over’, zegt houthandelaar Abdul Momin (45) concluderend. ‘U moet oppassen. De Taliban zijn ook in de stad. Ik bid tot Allah dat hij veiligheid brengt voor ons en voor de Nederlanders in Kunduz’, zegt Momin. ‘Maar ik vrees het ergste.’