• natalie02b

Op de drempel van de dood

Geplaatst door op in Interviews


(c) Ton Koene De hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof wil de Soedanese president Omar al-Bashir wegens genocide in Darfur vervolgen. Hulpverleenster Banu Altunbas verbleef een jaar in Darfur en vertelt over het humanitaire leed.

Het beeld van de vader die huilend en trillend met zijn bloedende zoon in zijn armen de kliniek in de plaats Muhajiriya in het zuiden van Darfur komt binnenrennen, zal Banu Altunbas (40) nooit vergeten. Een groep van zeven kinderen zag een handgranaat aan voor speelgoed, vertelt de vader haar. Als hij na de ontploffing toesnelt, ademt nog slechts een kind.

Terwijl zijn nog levende zoon naar de operatietafel wordt gebracht, hoort de hulpverleenster van Artsen zonder Grenzen van de vader dat het niet om zeven buurtkinderen gaat, maar om zeven kinderen uit een familie, in de leeftijd van 4 tot 11 jaar.

Vorige maand keerde de van oorsprong Turkse Altunbas terug naar huis na een verblijf van bijna een jaar voor Artsen zonder Grenzen in de door oorlog verscheurde Soedanese provincie Darfur. Telefonisch vertelt ze over haar ervaringen.

Altunbas is geen arts, maar bedrijfskundige van beroep. Na tien jaar werken met haar 'voeten in de blubber' in crisisgebieden als Congo, Burundi, Kosovo en Oost-Timor, klom ze bij Artsen zonder Grenzen op tot hoofdcoordinator voor Darfur. Een van haar belangrijkste taken was zorgdragen voor de veiligheid van alle hulpverleners van Artsen zonder Grenzen in Darfur: 32 buitenlandse expats en 600 lokale medewerkers. Daarvoor onderhandelde ze regelmatig met strijdende partijen. Altunbas woonde in de Soedanese hoofdstad, Khartoem, maar ongeveer eenderde van haar tijd bezocht ze in Darfur de kampen en klinieken van Artsen zonder Grenzen.

Haar vliegtuigje landde voor het eerst in de uitgestrekte woestijn van Darfur in september 2007. Elf maanden leefde ze vervolgens, zoals ze zelf zegt, 'op de drempel van de dood'. In Darfur sluipt de dood zelden als een dief in de nacht de slaapkamer binnen, blijkt uit haar emotionele relaas. In Darfur is de dood altijd aanwezig.

Het verhaal van de vader die bij een explosie zeven kinderen uit zijn familie verliest, is kenmerkend voor de hel waarin Darfurianen moeten leven, zegt ze. Het verhaal werd namelijk alleen maar erger.

Nadat de vader zijn bloedende zoon bij de kliniek heeft afgeleverd en in de wachtruimte zit te wachten, komt een verpleegster de operatiekamer uit. Ze zegt dat de zoon van de man alleen gered kan worden als een been wordt geamputeerd. Ze wil toestemming van de vader. De man begint te huilen - hoogst ongebruikelijk in de machocultuur van Darfur - en zegt uiteindelijk 'ja, doe maar', als tot hem doordringt dat hij zijn zoon alleen kan redden door hem invalide te laten maken.

Een uitgebreide versie van dit artikel werd gepubliceerd in de Volkskrant op 27-10-2008. Lees hier .

Foto: Yuri Kozyrev / NOOR: 'De begrafenis van een jongeman in het vluchtelingenkamp Abu Shouq in het noorden van Darfur.'