• natalie02b

Op patrouille in Uruzgan is nog altijd gevaarlijk

Geplaatst door op in Reportages

(c) Ton KoeneNederlandse militairen liepen dit weekeinde hun laatste patrouillen in Uruzgan. Volkskrant-correspondent Natalie Righton ging met ze mee.

TARIN KOWT De sfeer raakt snel gespannen als de stamoudste in Sian Chaw weigert een hand te geven aan de Nederlandse pelotonscommandant die zijn dorp bezoekt. ‘Mijn handen zijn vies', geeft hij als excuus. Maar wie de Afghaanse mores kent, weet dat een mannelijke bezoeker desnoods voorzichtig met de pols wordt aangeraakt om hem welkom te heten. Deze man wil niet praten met de Nederlandse militairen. Zijn ogen staan op onweer. 

Van onze correspondent Natalie Righton
Foto: Ton Koene (De laatste Nederlandse patrouille in Uruzgan van de 13de Luchtmobiele Brigade bezoekt het dorp Garni)
Dit artikel werd op 26-07-2010 gepubliceerd in de Volkskrant
 

‘Ze zijn bang voor wraak van de Taliban als ze met u praten', vertaalt de tolk de sfeer aan pelotonscommandant Jelle (33). Met acht gepantserde voertuigen en ruim dertig man van de 13de Luchtmobiele Brigade is hij een dag eerder vanaf de Nederlandse legerbasis door de woestijnheuvels gekomen om te praten met de lokale bevolking rond Tarin Kowt, de provinciehoofdstad van Uruzgan. Voornaamste missie: aanwezigheid laten zien en zo eventuele bewegingen en plannen van Taliban doorkruisen.

Nederlandse militairen zitten vier jaar in Uruzgan. Wat is er bereikt? ‘De veiligheid rond de grote bevolkingscentra is zeker verbeterd en we hebben scholen, wegen en bruggen gebouwd. Toch is het elke keer weer vechten om het vertrouwen van de bevolking te winnen', zegt pelotonscommandant Jelle 's avonds in het kamp dat is opgezet op een berg met uitzicht op valleien rond Sian Chaw. In de verte lopen herders met schapen naar hun modderhuisjes.

Uit deze omgeving, nog geen 10 kilometer buiten de legerbasis van de Nederlanders, worden geregeld raketten afgeschoten op Kamp Holland. Kennelijk is aanwezigheid van coalitietroepen en het bouwen van scholen, wegen en bruggen niet genoeg om dat te voorkomen. Jelle benadrukt echter dat de afgevuurde raketten niet impliceren dat dorpelingen rond Tarin Kowt pro-Taliban zijn.

Snijbeweging langs de keel
Pro- of anti-Talibandorpen bestaan eigenlijk niet in Uruzgan, legt de pelotonscommandant bij ondergaande zon uit. ‘De situatie is fluïde. Opstandelingen verplaatsen zich en duiken eerst in het ene, dan weer in het andere dorp op om de dorpelingen angst aan te jagen en onder druk te zetten.' Hij merkt het vaak als eerste aan de kinderen. ‘De ene keer zwaaien ze vrolijk naar je, de volgende keer krijgen ze een klap van hun ouders als ze naar je toe komen. Sommige volwassenen maken ineens een snijbeweging langs hun keel. Dan weet je: daar is net Taliban langs geweest.' De mannen uit zijn peloton vertellen soortgelijke verhalen.

Toch geeft commandant Jelle niet snel op en dringt hij eerder die dag aan bij de stamoudste van Sian Chaw: ‘Heeft u echt niet 5 minuten tijd om te praten over de veiligheid in dit gebied?'. ‘Nee, geen tijd', zegt de man. Om hem heen zitten drie dorpsgenoten in de zon wat te lummelen. ‘Oké, dan wil ik u alleen kort wat vragen', zegt Jelle: ‘Onlangs zijn uit deze omgeving raketten afgevuurd op onze basis. Wat weet u daarvan?'

De man ontkent van iets te weten. Hij ziet nooit Taliban en zeker geen raketten, beweert hij. Het groepje Afghaanse dorpsgenoten ginnegapt wat op de achtergrond. Jelle, nu wat geïrriteerder, maar nog beleefd: ‘Dus als we hier terugkomen om quala's (huizen) te doorzoeken, vinden we geen wapenopslag of andere dingen?' Nee, schudt de stamoudste zijn hoofd. Jelle: ‘Goed. Ik beloof u dat we terugkomen, en als we dan iets vinden, kom ik bij u terug.'

Jelle gelooft er ‘natuurlijk helemaal niets van' dat de mannen niks weten van de raketaanvallen, zegt hij even later buiten het dorp Sian Chaw. ‘We weten van onze inlichtingendienst dat deze dorpelingen de raketten niet zelf hebben afgevuurd, maar dat betekent niet dat ze niets hebben gezien of gehoord', zegt hij. De Afghaanse gemeenschappen in dit deel van Uruzgan zijn zo klein, dat iedereen van elkaar weet wat ze doen.

Banger voor de Taliban
Op de vraag of zijn handen niet jeuken om meer druk uit te oefenen, antwoordt hij: ‘Natuurlijk kan ik ze arresteren en overdragen aan de Afghaanse politie. Maar dan staan ze wegens gebrek aan bewijs over twee uur weer op straat, dat is een lachertje.' Het is het dilemma van zijn vak, legt hij uit. ‘Als ultiem dreigement zou je ze een pistool op het hoofd kunnen zetten, maar dat weigeren we bij Defensie: dan zakken we af naar het niveau van de Taliban. Wij willen als Nederlanders toch beschaafd blijven.' In de praktijk betekent het wel dat dorpelingen banger zijn voor Taliban dan voor coalitietroepen, zegt Jelle.

De voornaamste strategie die overblijft voor de Nederlanders om steun van de bevolking te winnen, is ontwikkelingsprojecten uitvoeren en - in noodzakelijk gevallen - psychische druk uitoefenen. Daarom zei Jelle tegen de stamoudste van Sian Chaw dat hij binnenkort terugkomt om de boel te doorzoeken. ‘Reken maar dat de mannen in het dorp daar nu met elkaar over praten. Soms zien we kort na ons bezoek dat 's nachts (door Taliban) spullen worden verplaatst, en dan onderscheppen we ze.'

Als we voor de tweede avond zijn neergestreken op een ‘overwatch' (een hoge berg met overzicht op het omliggende gebied) en de militairen hun veldbedjes opzetten en kant-en-klare bami wordt opgewarmd, praten we verder met de mannen van de 13de Luchtmobiele Brigade over het subtiele spel van hun werk.

Nooit stabiel
De afgelopen vijf dagen liepen sergeant Björn (28) en de korporaals Robin (26) en Dirk (25) onder leiding van pelotonscommandant Jelle hun laatste patrouille in de omgeving van Tarin Kowt. Maar de eerste maanden van hun uitzending dit jaar zaten ze in Chora, een gebied waar in 2007 nog een grote slag werd gevoerd met Taliban.

Daar is het - net als in de omgeving van Tarin Kowt - inmiddels relatief rustig: weinig vuurgevechten, wel veel geïmproviseerde bommen (IED's), zeggen de militairen. ‘De situatie is sterk verbeterd ten opzichte van drie jaar geleden', zeggen Björn, Robin en Dirk, die alle drie in 2007 nog de kogels om hun oren kregen in Chora, maar dit jaar geen enkel direct vuurgevecht meemaakten. ‘Toen ik dit jaar terugkwam in Chora, herkende ik de plek bijna niet meer', zegt Björn.

‘Maar de situatie is nooit volledig stabiel, niet in Chora en ook niet elders', zeggen de mannen ook. Taliban dagen hen voortdurend uit met bermbommen, bedreigen dorpelingen of proberen hun sympathie te winnen. ‘Als we onze kont hier keren en alle coalitietroepen verlaten Uruzgan, breekt morgen de chaos weer uit', zeggen ze eensgezind.

Warm onthaal
Positief punt voor de Nederlanders is dat de weerstand tegen coalitietroepen lang niet overal zo heftig is als in bijvoorbeeld Sian Chaw. Als we het dorp eerder die dag verlaten en door de brandende zon voortploeteren over zandheuvels naar de volgende Afghaanse nederzetting, worden we hartelijk onthaald in Kheyrabad, een dorpje zo'n 8 kilometer ten noordwesten van Tarin Kowt.

‘U bent welkom', zegt een van de dorpelingen. ‘De coalitietroepen hebben ons geholpen, onder meer met een waterput. Wij staan aan uw zijde. Wanneer u maar wilt, wij staan open om met u te praten, zegt Haji Rahimullah (38), een stamoudste. Jelle en hij zitten ontspannen in kleermakerszit in de schaduw van zijn huis. Kinderen spelen met de militairen.

‘Het is hier veel veiliger geworden sinds de komst van de coalitietroepen. We hebben nauwelijks last van Taliban', zegt Rahimullah. ‘We zien ze af en toe wel lopen in de heuvels, maar naar ons dorp komen ze niet. Dat is mede te danken aan de Nederlanders en aan een politiepostje dat we sinds vier jaar in ons dorp hebben.'
Dat er zich buiten hun dorp een oorlog afspeelt, ontgaat Rahimullah uiteraard niet. ‘Zeven maanden geleden zijn een Afghaanse politieauto en een auto van mijzelf hier opgeblazen: daarbij zijn twee doden gevallen.' Het is voor hem niet veilig ver buiten zijn dorp te reizen, zegt Rahimullah bovendien. Hij wil graag dat de buitenlandse militairen in Uruzgan blijven.

Veiligheid relatief
Uruzgan kent sinds de komst van de coalitietroepen en de Nederlandse militairen een paar plekken waar de veiligheid is toegenomen, zeggen Defensiewoordvoerders. Het ministerie noemt deze plekken ‘inktvlekken'. Daarbinnen is het relatief rustig, daarbuiten niet. De inktvlekken beslaan ongeveer een twintigste deel van Uruzgan. Volgens Defensie woont daar driekwart van de inwoners van Uruzgan. Het onderzoeksbureau The Liaison Office, door het ministerie ingehuurd, houdt het echter op 50 procent van de bevolking.

Maar ook de veiligheid binnen de drukbevolkte inktvlekken is relatief, weten Jelle en zijn mannen. Tijdens de patrouille moet geregeld gestopt worden om grond te inspecteren op bermbommen. De afgelopen vier maanden ging de 13de Luchtmobiele Brigade veelvuldig op pad met ontwikkelingsadviseurs van Defensie om hen te beschermen als zij onderhandelden over hulpprojecten in de ‘inktvlekken'. Het spreken over de bouw van scholen of het slaan van waterputten moet, ook in de omgeving van Tarin Kowt, nog altijd onder stevige militaire bescherming gebeuren.

‘We moeten niet de illusie hebben dat we de vijand kunnen verslaan', zegt Jelle voorzichtig op de derde dag van onze patrouille. Hij realiseert zich dat zijn woorden gevoelig liggen en verkeerd kunnen worden uitgelegd. ‘We kunnen wel zoveel mogelijk voorkomen dat Taliban de dorpelingen beïnvloeden en schade aanrichten.'

Na een uitzending van 4,5 maand keren de mannen van de 13de Luchtmobiele Brigade half augustus terug naar Nederland. Overdag in de gepantserde wagens en 's avonds bij een potje eten in de woestijn, fantaseren ze over thuis. ‘Eindelijk terug naar mijn meissie', zegt de een. Korporaal Robin vertelt over zijn negen maanden oude dochter, die hij nu bijna haar halve leven niet heeft gezien.

De mannen willen graag dat er positieve verhalen komen in de media. Ze hebben hun leven in de waagschaal gesteld, hun families en kinderen lang gemist voor een veiliger Afghanistan. Het staat voor hen vast dat hun verblijf zinvol is geweest. ‘Het is niet voor niks geweest. Er zijn delen waar het echt veiliger is geworden. En de meeste Afghanen zijn toch dankbaar voor wat we hebben gedaan', zegt korporaal Robin.

Dreiging
De volgende dag komt via commandant Jelle een bericht binnen van de inlichtingendienst. Bij het dorp Sakhun-e Sofla, waar we op de eerste dag van de patrouille langskwamen, zijn twee mogelijke bermbommen (IED's) geplaatst. ‘Het was naar aanleiding van ons bezoek', zegt Jelle. ‘De Taliban weten dat we er zijn geweest en willen zo voorkomen dat we verder zuidwaarts hun gebied in trekken.'

Als we na drie dagen patrouille terugkeren naar de legerbasis voor een rustpauze, rijden de pantservoertuigen niet door Tarin Kowt. Onlangs is een zelfmoorddreiging geuit op militaire voertuigen, daarom gaan we om het dorp heen. Dichter bij de basis neemt de dreiging af. Blije kinderen rennen met de pantserwagens mee. ‘Alles goed in Deh Rawoed?', roepen ze in fonetisch Nederlands tegen de militairen. De mannen steken lachend hun duim op: ‘Ja, ja, alles goed in Deh Rawoed!' Ze zijn bijna thuis.