• natalie02b

Slachtoffers Pakistan begrijpen huiver donateur

Geplaatst door op in Reportages

(c) Ton KoenePakistan ligt slecht in de hulpmarkt. Westerse donateurs geven niet graag aan een land van terrorisme en corruptie. ‘Dit is niet de tijd om vijanden te zijn, maar broeders.'

NOWSHERA DISTRICT - Slachtoffers in het overstroomde noordwesten van Pakistan verlangen wanhopig naar hulp, maar begrijpen opmerkelijk genoeg wel dat westerse donateurs aarzelen om hun portemonnee te trekken voor een land dat vooral bekend staat om terrorisme en corruptie.

Van onze correspondent Natalie Righton
Foto: Ton Koene (Man bij de restanten van zijn huis in Charsadda, Pakistan)
Dit artikel werd op 16-08-2010 gepubliceerd in de Volkskrant
 
‘Als u geld voor de overstromingsslachtoffers overmaakt aan de Pakistaanse overheid, verdwijnt het gegarandeerd in de zakken van corrupte ambtenaren', zegt Abdul Ghaffar (29), die zijn huis en al zijn bezittingen in het dorp Dagikhil zeventien dagen geleden zag wegspoelen.

Ghaffar en het groepje van zo'n twintig dorpelingen dat om hem heen staat, hebben daarom een ander advies voor donateurs: ‘Het is beter dat Nederlanders die geld of hulp willen geven persoonlijk naar ons dorp komen om hun donatie af te geven.' De mannen zijn onopgeleid en hebben geen idee dat Nederland zo ver weg ligt.

Hulporganisaties
Na uitleg opperen ze een volgend plan: ‘Geef het geld dan maar aan een onafhankelijke hulporganisatie die u vertrouwt. Dan kunnen zij een afgevaardigde sturen om hulp te brengen', zegt Ghaffar, met instemming van zijn dorpsgenoten.

Maar welke hulporganisaties vertrouwen de Pakistanen in dit rurale gebied van de provincie Khyber Pakhtunkwa, dat internationaal vooral bekend staat om de Taliban?

‘Unicef!' roept een overstromingsslachtoffer. ‘Ja Unicef', knikken een paar anderen: ‘Die geven altijd veel hulp'.

‘En de mensen van die auto daar, die zijn ook goed', zeggen de dorpelingen terwijl ze wijzen op een vrachtwagen van Artsen zonder Grenzen. De medische hulporganisatie repareerde en desinfecteerde de waterpomp in Dagikhil, zodat de circa vierduizend inwoners een paar dagen na de ramp al schoon drinkwater hadden.

Andere hulporganisaties in het rampgebied, zoals Oxfam, kennen de mannen niet bij naam. ‘Maar de meeste westerse hulpverleners doen goed werk', zeggen ze in Dagikhil. ‘Hopelijk krijgen ze veel geld en zorgen ze nog lang voor ons', roepen de dorpelingen door elkaar.

Taliban
Maar Nederlandse donateurs aarzelen ook om geld te geven, omdat ze Pakistan vooral kennen als het land van terroristen die westerlingen haten. Realiseren de inwoners van Dagikhil zich dat?

De mannen vallen even stil en kijken dan een beetje schuldbewust naar de grond. Maar ze laten zich nog niet uit het veld slaan om Nederlandse donateurs te overtuigen.

‘Weet u, we hebben gewoon heel hard hulp nodig. We zijn alles kwijt. Dit is niet de tijd om vijanden te zijn, maar broeders', zegt Ghaffar zachtjes. ‘Wij zullen u eeuwig dankbaar zijn als er hulp komt', vult een andere man aan, met islamitisch keppeltje en lange baard. Een derde: ‘Wij zullen Allah bidden om u voorspoed en geluk te geven. En als wij ooit in staat zijn iets terug te doen, doen we dat.'

Restanten
Dan is er genoeg gepraat. Abdul Ghaffar en zijn broer Asif Khan (30) willen graag hun huis laten zien, zodat mensen in Nederland begrijpen waar het geld voor nodig is. Eigelijk zijn het de restanten van hun huis. Het dak en de muren zijn ingestort. Onder een grote modderhoop met bakstenen liggen hun bezittingen: bedden, kasten, kookgerei. Ze wijzen op een modderstreep op de muur van een ander gebouw. ‘Kijk, zo hoog stond het water na een half uur al'. De streep reikt tot ver boven hun hoofden.

‘Wij hebben alleen de kleren nog die we nu aan hebben', zegt Khan treurig.
In het huis van de broers woonden vijf mensen, inclusief de vrouw van Khan en hun twee dochters. De derde dochter werd net na de ramp geboren in een vluchtelingenkamp even verderop. Asif Khan: ‘We noemen haar Selab, ‘overstromingsbaby' in de lokale Pashtun taal.'

Het huis opnieuw opbouwen voor de zes familieleden, inclusief huisraad, kost zo'n 200.000 rupee (circa 1.800 euro) rekenen de broers voor. ‘Abdul is timmerman, dus we hoeven niet veel arbeiders in te huren', zegt Khan monter. ‘Dat is goedkoper. Dat is goed voor donateurs om te weten.' Ongeveer de helft van alle huizen in Dagikhil werd weggevaagd, de andere helft raakte zwaar beschadigd.

Geld voor eten is ook welkom. De broers verloren door de ramp beiden hun baan en hebben al 17 dagen geen inkomen. Ze zijn momenteel afhankelijk van gulle burgers uit de omgeving. Wat Abdul Ghaffar en Asif Khan kunnen doen met een gift van 5.000 rupee (45 euro)? ‘Daar kunnen we zeker tien dagen eten van kopen.'

'Doneer niet aan overheid'
In een vluchtelingenkamp, een paar kilometer van Dagikhil, klinken soortgelijke verhalen. Honderden overstromingsslachtoffers wonen in tenten op het terrein van de technische hogeschool van Nowshera district.

‘We hebben vooral geld en materiaal nodig om onze huizen op te bouwen', zegt Mohammad Sayeed (23) in zijn tent van 6 bij 3 meter, die hij deelt met zijn vrouw en twee jonge zoontjes. ‘We willen zo snel mogelijk ons leven weer oppakken.'

Ook in dit vluchtelingenkamp begrijpen de slachtoffers dat Nederlanders aarzelen geld te geven aan een land met corrupte politici. Direct geld geven aan slachtoffers is het beste, vindt Sayeed, maar als dat niet kan, kunnen Nederlanders het beste een afgevaardigde sturen die hulp dan verdeelt onder degenen die het het hardste nodig hebben.

Wie die afgevaardigde zou moeten zijn? ‘Dat moet u zelf beslissen. Als u denkt dat er hulporganisaties zijn in uw land die u kunt vertouwen, geef het dan aan hen. Maar één ding: geef het vooral niet aan de Pakistaanse overheid. Dat zijn allemaal boeven', aldus Sayeed.

Imago
De Pakistaanse overheid lijkt zich bewust te zijn van haar slechte imago op de ‘hulpmarkt'. Premier Yusuf Raza Gilani benadrukte vrijdag dat verantwoording zal worden afgelegd voor ‘elke gedoneerde cent'. De verdeling van hulpgoederen zal ‘transparant' zijn, beloofde de premier ook.

‘Als Nederlanders desondanks aarzelen, zijn er naast de overheid vele andere kanalen om geld te geven, voegt Ahmad Kamal, woordvoerder van de Nationale Autoriteit Rampenmanagement dit weekeinde telefonisch toe vanuit Islamabad. ‘Geef bijvoorbeeld geld aan hulporganisaties zoals het Internationale Rode Kruis'.

Het beeld van Pakistan als land vol terroristen bestrijdt Kamal. ‘Ik benadruk dat de Pakistaanse regering juist meehelpt in de strijd tegen terrorisme. Terroristen vormen maar een heel kleine groep in ons land. Kom een keer kijken in Pakistan. U zult zien dat de meesten van ons ook maar gewone mensen zijn, net zoals u. Duizenden van hen hebben uw hulp nu hard nodig.'