• natalie02b

Taliban: 'Mijn leraar preekte over aanslagen'

Geplaatst door op in Interviews

(c) Ton Koene Taliban in Kunduz vertellen over hun motivatie voor de strijd. Sommigen ogen als onzekere tieners, anderen bedreigen vanuit de cel.

KUNDUZ – De Talibanstrijders maken grapjes en ogen uiterst ontspannen als ze ons vanaf een bankje vertellen over hun strijd in Kunduz. Ze dromen van het paradijs, vertellen ze. De gemoedelijke sfeer is bedrieglijk: Dit zijn de mannen en jongens die vertellen dat alle Nederlandse trainers in Kunduz vermoord dienen te worden.

Tekst: Natalie Righton
Foto's: Ton Koene (Talibanveroordeelden Aminullah en Agha)
Dit artikel werd op 03-10-2011 gepubliceerd in de Volkskrant

Het is gemakkelijk voor deze hardcore Taliban om Nederlanders schrik aan te jagen met hun retoriek: ‘Jullie staan op de dodenlijst, alle trainers in Kunduz gaan eraan.’ We kunnen het allemaal voor u opschrijven.

Maar interessanter om te weten is wat hen motiveert: Wat was het moment dat de schakel omging en doden ineens een goed plan leek? In een reeks gesprekken vertellen de terroristen van Kunduz over hun keuzes als mens. Ze waren ooit kind, vertellen ze. Een enkeling twijfelt.

Onzekere tiener
In de jeugdgevangenis van Kunduz treffen we Nader Shah (16). Volgens de politie is Nader een ‘bloeddorstige Talibanstrijder’, maar als we hem opzoeken, oogt hij als een onzekere tiener. Hij giebelt bij het geven van antwoorden. Nader werd dit voorjaar gearresteerd omdat hij zich in Kunduz-Stad wilde opblazen. Doel was om zoveel mogelijk ‘buitenlanders’ te doden. Hij werd gerekruteerd toen hij 11 jaar was.

Waarom Nader zich aansloot bij de Taliban? ‘Ik was een kind toen mijn oom mij vanuit Kunduz naar een koranschool in Pakistan bracht. Daar kwamen Taliban langs om te vertellen over jihad. Mijn leraar preekte elke dag over zelfmoordaanslagen, het paradijs en de maagden die daar op ons wachtten.’ Zijn ouders wisten daar niets van, zegt hij.

Nader was ‘uitverkoren’, de enige jongen op de koranschool die klaar was voor een aanslag, vertelde de leraar hem op een avond. Nader knikte.

Bomknopje
De volgende dag werd hij door twee mannen teruggebracht naar Kunduz en kreeg hij in een moskee een bomgordel te zien. Als hij op ‘het knopje’ zou drukken, ging hij naar het paradijs, vertelden ze. Nader vond het prachtig. Hij droomde inmiddels vaak van het paradijs.

Het enige dat hij moest doen was wachten op het juiste moment, vertelden zijn begeleiders. Ze wilden dat hij buitenlanders zou opblazen: dat kostte voorbereidingstijd. In de maand dat hij wachtte, stond Nader elke ochtend op met het idee dat hij zich zou opblazen.

Twijfel
Maar het lot greep in. Nader zag in Kunduz allemaal moslims bidden, terwijl zijn leraar had gezegd dat er alleen maar slechte mensen in Kunduz woonden. Daardoor ging hij twijfelen over zijn zelfmoordmissie. Hij liep een moskee in en hoorde daar tot zijn verbazing een mullah preken dat zelfmoordterroristen naar de hel gingen.

‘Die preek gaf de doorslag dat ik van gedachten veranderde’, zegt Nader. Hij ontsnapte aan zijn begeleiders, maar werd onderweg naar het huis van een neef gearresteerd. ‘Stom. Ik had niet eens meer een bomgordel om.’

Zes maanden later in de gevangenis vindt Nader het nog steeds geen goed idee meer om zichzelf op te blazen. Hij wil niet meer op de foto. Over anderhalf jaar komt hij vrij. ‘Ik wil niet altijd voor mijn fouten boeten. Ik was nog maar een kind.’

Jihadlessen
Toch is er bij Nader iets fundamenteels blijven hangen van alle jihadlessen. Hij is er nog steeds van overtuigd dat buitenlanders in Afghanistan zijn om de islam te vernietigen, zegt hij. In zijn gedachten is dat nog altijd genoeg reden voor anderen om ze te vermoorden. ‘Als ze om die reden hier zijn, is het oké om ze te doden.’

Voor Nader en ook de andere acht jongens die in de jeugdgevangenis van Kunduz zitten voor terreurplannen, is er geen programma om ze te deradicaliseren. Nader spendeert zijn tijd met de veroordeelde terroristjes in een kamer. Ze haken er mandjes van kralen.

Bang
Nader is bang dat Taliban hem vermoorden als hij vrijkomt, omdat hij zijn begeleiders heeft verlinkt. Hij is in eerste instantie ook bang voor de verslaggever, denkt dat ze van de CIA is en is gekomen om hem te slaan. Als we hem vragen naar zijn vroege jeugd en of hij broers en zussen heeft, reageert Nader daarom achterdochtig. ‘Waarom wilt u dat weten?’ Hij vreest dat we achter zijn familieleden aangaan.

Voordat Nader werd opgeleid tot terrorist, droomde hij ervan om dokter te worden. Als hij in 2013 uit de gevangenis komt – hij is dan 17 - wil hij weer naar school. Of hij ooit nog dokter wordt weet hij niet. ‘Dat beslist Allah. Hij zal mij het juiste pad tonen.’

Er zit iets onheilspellends in zijn woorden. Bij het afscheid glimlacht Nader. ‘Ik wens u een prettige dag.’

Twintig jaar cel
Zorgwekkender voor veel westerlingen zijn misschien de volwassen mannen in Kunduz die de Taliban nog altijd openlijk steunen. De driehonderd Talibanstrijders die op dit moment door Kunduz struinen, willen alleen sporadisch per telefoon spreken. De beste manier om Taliban uitgebreid te spreken over hun motivatie is wederom in de gevangenis.

Said Agha (21) en Amanullah (23) zitten respectievelijk een straf uit van 10 en 20 jaarvoor het plegen van aanslagen in Kunduz. Agha groeide op als jongetje op een boerderij. Hij was een vrolijk kind, zegt hij voorover geleund op een bankje, ook al was de familie erg arm.

Toen Agha 7 jaar was, mocht hij naar school. Hij werd door familie naar het Pakistaanse Quetta gestuurd. Het was een droom die uitkwam voor Agha: Naar school! Agha glimlacht nog bij de gedachte.

De waarheid
In Pakistan radicalseerde Agha, al noemt hij dat zelf niet zo. Hij leerde ’de waarheid’. Over de wetten van Allah, over buitenlanders die op kruistocht in Afghanistan zijn om de islam te vernietigen. Dat moest stoppen. En zo gebeurde het dat Agha op ongeveer 18-jarige leeftijd terugreisde naar Kunduz en zich aansloot bij de jihad. Wat hij precies deed om buitenlanders te verjagen, blijft vaag.

Maar dat Agha nog steeds heilig overtuigd is van zijn gelijk blijkt uit zinnen als: ‘Mijn boodschap aan buitenlanders is: we willen jullie democratie niet. We hebben genoeg aan de sharia. Wij willen leven zoals wij dat willen, in een islamitisch land. De Taliban houden nooit op met vechten. De jihad gaat door tot de laatste dag.’

Binnenkort weer vrij
De 23-jarige Amanullah heeft een soortgelijk verhaal. Hij ging vanaf zijn 15e naar een koranschool in Pakistan en werd daar klaargestoomd voor de jihad. Amanullah benadrukt dat hij buitenlanders haat omdat ze het leven van Afghanen ‘na tien jaar bezetting’ alleen maar slechter hebben gemaakt. ‘Elke Afghaan wil dat ze vertrekken of sterven.’

In de praktijk wordt de straf van Agha en Amanullah gehalveerd, waardoor de Agha over 2 of 3 jaar weer vrij rondloopt en Amanullah over circa 5 jaar. De mannen kiezen hun woorden zorgvuldig over hun toekomstplannen. Ze worden leraar, zeggen ze, of ze kiezen een beroep dat ‘Allah zal bepalen’. Op het eind van het gesprek danken ze vriendelijk voor onze komst. Voor de foto moeten ze zich concentreren om niet te lachen.