• natalie02b

Taliban verjagen op z'n Amerikaans

Geplaatst door op in Reportages
(c) Ton Koene GARMAB / URUZGAN- Als de zon opkomt, vertrekken we met een overmacht aan wapens en personeel - zes Amerikaanse legervoertuigen, twee Afghaanse politieauto's en een gecombineerd team van vijftig militairen en agenten - naar Garmab. Het is een gebied in Zuid-Uruzgan waar volgens de coalitietroepen nooit Nederlandse soldaten kwamen.

'Eens zien of de Taliban zin hebben om te spelen', zegt de besnorde Amerikaanse pelotonscommandant Conner Lewis. Hij bedoelt: of ze durven te vechten tegen de Amerikanen.

Van onze correspondent Natalie Righton
Foto: Ton Koene (ISAF-Militairen in Uruzgan, 2010)
Dit artikel werd op 01-08-2011 gepubliceerd in de Volkskrant

We passeren kuddes langharige schapen. Met tulband en omslagdoek lopen hun herders tegen de wind in door de bergen. Slechts her en der zien we plukjes huizen. Ze hebben dezelfde zandkleur als de straten en ze zijn ommuurd, waardoor het kleine forten lijken in de woestijn.

Talibangebied
'Dit is Talibangebied', had politiecommandant Sadar Wali vooraf gewaarschuwd, terwijl hij met zijn vinger Garmab op de kaart aanwees. 'Er zijn veel opstandelingen rondom Garmab.'

'Dat is niet erg', had kapitein Lewis geantwoord. 'Als ze ons willen bevechten dan vechten we terug.' Ze waren elkaar glimlachend in de armen gevallen.

Terwijl we in konvooi en tot de tanden bewapend op weg zijn naar de 'schoonveegactie' in Garmab, legt kapitein Lewis uit dat het dorpje op de doorvoerroute ligt van wapens voor Taliban. De Amerikaanse inlichtingendienst vermoedt dat de inwoners van Garmab hulp bieden aan opstandelingen door wapens te verkopen of te verstoppen.

Rookpluimen
Boven Garmab hangen rookpluimen. Lewis: 'Rooksignalen van bewoners dat we eraan komen.' De Talibanstrijders zijn nu weg of hebben hun wapens verstopt, denkt hij.

We lopen door graanvelden, slootjes en blubber om het dorp te bereiken. Gemekker van geiten in de verte. Twee boeren worden ondervraagd: of ze weleens Taliban zien? Ja, zeggen ze, afzonderlijk van elkaar. 'Daar aan de overkant van de rivier', wijzen ze.

Daar treffen we in de schaduw van bomen een groepje Afghaanse mannen aan, gehurkt op de grond. Ze zijn bezig met het selecteren van zojuist geoogste abrikozen voor de verkoop. Talibanstrijders? 'Nooit gezien', zeggen ze. Ze kijken angstig vanuit hun gehurkte positie op naar de Amerkaanse militairen met hun wapens.

Taliban of niet?
Een van de stamoudsten zegt: 'Alles gaat goed hier, er zijn nooit problemen, we hebben geen hulp nodig. Echt niet.' Dat vindt pelotonscommandant Lewis vreemd: Afghanistan is zo'n arm land, iedereen heeft wel iets nodig: een school, een waterput, een dokter.

Lewis denkt dat de kans groot is dat de onschuldig lijkende boeren in werkelijkheid Taliban zijn en de Amerikanen daarom zo snel mogelijk hun dorp uit willen hebben. Nu plukken ze abrikozen, 's avonds gaan ze misschien hun huizen uit om bermbommen te plaatsen. 'Het kan zijn dat we nu worden omringd door Talibanstrijders, maar bewijs is er niet', zegt Lewis.

Geen krijgsgevangenen
En dus verlaten de Amerikanen het gebied weer zonder één krijgsgevangene. Tijdens de 'schoonveegactie' in Garmab wordt geen schot gelost. 'Dat is niet erg', zegt Lewis. 'We willen vooral onze aanwezigheid en die van Afghaanse agenten laten zien. Burgers en Taliban moeten weten dat hier wetshandhavers zijn: dat de politie ook in hun dorp komt.'