• natalie02b

Terug naar het meissie

Geplaatst door op in Reportages

(c) Ton KoeneDit weekend vertrekt Nederland officieel uit Uruzgan. De mannen van het 1ste peloton van de 13de Mariniers-compagnie pakten afgelopen week hun spullen in en maakten de balans op. ‘Onze inzet is zinvol geweest.'

Terwijl ze hun spullen inpakken voor vertrek naar Nederland, komen de heftigste herinneringen van de mannen van het 1ste peloton van de 13de Marinierscompagnie vanzelf naar boven. Bij de afscheidsbarbecue of op een bankje voor hun slaapvertrek: overal hoor je hetzelfde verhaal:  17 april 2010 zullen ze nooit vergeten.

Door Natalie Righton
Foto: Ton Koene (Mariniers Vincent en Onno kopen boerka's op een bazaar naast Kamp Holland, net voor hun vertrek)
Dit artikel werd op 31-07-2010 gepubliceerd in de Volkskrant.

Op die dag verloren ze twee collega's van het 2de peloton: korporaal van de mariniers Jeroen Houweling (29) en marinier Marc Harders (23) sneuvelden door een aanslag met een bermbom vlak bij Cop Tabar, een legerpost in Zuid-Uruzgan.

De mannen van het 1ste peloton waren in de buurt op patrouille toen het gebeurde. ‘Eerst hoorden we een grote knal, daarna zagen we de rookpluim in de verte', zegt 1ste pelotonscommandant Anne (25). ‘Dan weet je eigenlijk al dat het mis is.'

Later die middag moest hij samen met collega sergeant-majoor Marnix (39) het slechte nieuws aan de mannen van hun peloton vertellen. Anne: ‘Als de een volschoot, nam de ander het over. Ik hoop dat nooit meer te hoeven doen.'

Na vier jaar aanwezigheid in Uruzgan verlaten Nederlandse militairen dit weekeinde - officieel op 1 augustus - de Afghaanse provincie. Het 1ste peloton mariniers vloog vorige week naar huis. Nog net voor hun vertrek spraken we met hen op legerbasis Kamp Holland in Uruzgan. We volgden ze niet alleen bij het inleveren van wapenmaterieel en plunjezakken, maar werden ook deelgenoot gemaakt van hun herinneringen.

Het wordt een terugkeer met een dubbel gevoel, vertellen de mariniers. Blij omdat ze teruggaan naar familie en kinderen, verdrietig omdat het met twee man minder is. En toch, het verlies is draaglijk, heeft een plek gekregen. Ernstige trauma's, zoals bij 20 procent van de Amerikaanse militairen na terugkeer uit Afghanistan of Irak is vastgesteld, zijn er bij deze Nederlandse mariniers vooralsnog niet.

Korpsgeest
Toen de avond inviel op die 17de april en de dood van Jeroen en Marc officieel was vastgesteld, stonden hun collega-mariniers in Cop Tabar op wacht bij de voertuigen waarin ze waren opgeblazen. Commandant Anne: ‘Ik ben er trots op dat mijn mannen zich die avond even professioneel hebben gedragen als de dagen daarvoor. Niet één keer heb ik gehoord: we gaan ze (de Taliban) wel even pakken. We deden ons werk, zoals we altijd hebben getraind.'

Dat niemand van de mariniers door het lint ging na de aanslag op hun ‘maten', komt deels door de korpsgeest, de hechte band onderling, vertellen ze. ‘Wij letten op elkaar', zegt sergeant-majoor Marnix. Veel mariniers kennen elkaar ‘van haver tot gort' en zien het algauw als een collega opvallend of depressief gedrag begint te vertonen.

Direct na elk groot incident is er een verplicht collegiaal overleg (CKN) onder de mariniers, vertelt Marnix. Hij verdeelde zijn peloton na de dood van Jeroen en Marc meteen in drie praatgroepen. ‘Vooral de eerste 24 uur zijn cruciaal: ze moeten praten, praten, praten. De angel moet eruit.'

Een nieuw kritiek punt is 72 uur later, weet de sergeant-majoor. ‘Het zelfherstellend vermogen van een mens om een traumatische gebeurtenis te verwerken is drie dagen. Je ziet dan dat de meesten over de ergste schrik heen zijn.' Jongens die daarna nog steeds opvallend gedrag vertonen (zoals obsessief roken, slaapstoornissen), worden apart genomen voor een één-op-één-gesprek. ‘In ons geval was dat genoeg.'

Ze hebben het trauma daar in Cop Tabar met elkaar afgesloten toen het Hercules-vliegtuig overvloog waarmee de lichamen van Jeroen en Marc naar huis werden gebracht, zegt Marnix: ‘We hebben voor ze gesalueerd en later een herdenkingsdienst gehouden.'

Dat betekent niet dat de herinneringen weg zijn. Bij de afscheidsbarbecue van de mariniers wordt nog steeds gepraat. Naast een kampvuur vertelt een marinier hoe hij bij een andere bermbomaanval granaatscherven in zijn bovenlijf kreeg. Hij trekt zijn T-shirt omhoog en toont zijn littekens in het flikkerende licht van het kampvuur.

Mariniers 1ste klasse Onno (22) en Vincent (24) vertellen over de moeite die ze soms hadden met het ‘mentaal omschakelen' nadat collega's waren geraakt door geïmproviseerde explosieven (IED's). Vincent: ‘De ene dag ligt je buddy bloedend op de grond, de volgende dag loop je patrouille met PRT'ers (ontwikkelingsadviseurs van Defensie) en moet je naar een dorp toe om de lokale bevolking te helpen.' Onno: ‘Terwijl je weet dat de kans groot is dat er een paar Afghanen tussen zitten die de vorige dag die bom hebben gelegd, maar zich nu voordoen als onschuldig boertje. En dan nog om geld vragen ook.'

Terwijl ze praten zitten de mannen op banken in een ‘zonneweide', aangelegd door de mariniers op Kamp Holland. Aan de muur hangen twee levensgrote portretfoto's van Jeroen en Marc: met serieuze blik en in militair uniform kijken ze toe hoe hun collega's hun oorlogsverhalen delen en zich tegelijk verheugen op hun reis naar huis. Soms dwaalt een schuldbewuste blik van een marinier af naar de foto's. ‘Ik leef wel, zij niet', lijkt hij dan te denken.

Wapens
Twee dagen na de afscheidsbarbecue is het tijd om alle persoonlijke spullen in te leveren, ook voor Anne, Marnix, Onno en Vincent. In de gangen van de slaapvertrekken van de mariniers - barakken 10 en 17 - worden plunjezakken gevuld en legerkisten gesloten. Een grote vrachtwagen komt langs. Mariniers met ontbloot, zwetend bovenlijf stapelen de goederen hoog op in de hete ochtendzon. Daarna klimmen ze boven op de vrachtwagen en de plunjezakken en rijden zo door het kamp naar de overslagplaats. In een flits lijken ze op de soldaten van de foto's uit de Tweede Wereldoorlog, die als bevrijders op tanks de steden kwamen binnenrijden.

Ook wapens worden ingeleverd bij de overslagplaats. Op de grond liggen rijen mitrailleurs, pistolen, radio's en verrekijkers, allemaal op nummer naast elkaar, terwijl sergeant-majoor Marnix telt of alle goederen aanwezig zijn.

Ook hier, tijdens het inleveren van materieel, is de herinnering aan Jeroen en Marc weer aanwezig. Een marinier klimt in een Viking-pantserwagen, die ook moet worden ingeleverd, en vertelt hoe zijn collega's ‘geen kans maakten' toen de bom onder hen afging. ‘Zo'n wagen heeft een platte bodem: de kracht van de explosie kan nergens heen, behalve naar boven.' De enige overlevende van de aanslag, de boordschutter die ‘bovenluiks' stond, zou door de explosie 20 meter de lucht in zijn gelanceerd. De marinier die de herinneringen ophaalt, slaat de deur van de Viking dicht: ‘Ja, zo gaan die dingen.'

Het militaire wapentuig en de persoonlijke spullen van de marinierscompagnie gaan grotendeels direct naar Nederland, vertelt majoor Maartje (32) bij de overslagplaats. Zevenhonderd man personeel van de Redeployment Task-force (RDTF) zijn ingevlogen om de logistieke megaklus te klaren. In totaal moeten 450 voertuigen en 2.300 containers worden teruggehaald. Sommige spullen gaan per vliegtuig, maar ten minste tweeduizend containers zullen ook de gevaarlijke route over de weg naar Pakistan moeten afleggen. Een riskante job (zie kader onderaan).

Het logistieke monsterproject en de risico's daaromheen gaan volledig voorbij aan de mariniers van het 1ste peloton. Zij zijn niet bezig met transport, maar vooral met hun geliefden thuis. Op de bazaar naast de legerbasis Kamp Holland doen Onno en Vincent nog wat laatste souvenir-inkopen. Ze kopen boerka's voor hun moeders, zussen en vriendinnen, bekijken Afghaanse tapijtjes, en zien moskeewekkers waarvan het alarm roept: ‘Allah Akbar!' (God is groot). Er wordt gelachen en onderhandeld in de brandende Afghaanse zon.

Stoom afblazen
Waar ze zich het meest op verheugen? ‘Terug naar mijn meissie natuurlijk', zegt Onno. Vincent glundert alleen al bij het idee. Maar voordat ze thuiskomen maken de militairen nog een verplichte tussenstop op Kreta, vertellen ze. Alle soldaten die zijn uitgezonden naar Afghanistan, krijgen daar van Defensie twee dagen de tijd om ‘stoom af te blazen'. Er is tijd voor een biertje, een duik in het zwembad: ontspanning zonder continue veiligheidsdreiging.

Maar op Kreta en in het vliegtuig naar huis zullen ze zich ook moeten voorbereiden op de onvermijdelijke vragen van kennissen en familie in Nederland: ‘Wat heb je allemaal meegemaakt?' En: ‘Heeft het wel nut gehad wat jullie daar hebben gedaan in Afghanistan?'

‘Ik ben ervan overtuigd dat onze inzet zinvol is geweest', zegt pelotonscommandant Anne de avond voor vertrek bij een blikje fris in de kantine van Kamp Holland. ‘Natuurlijk heb je niet altijd het gevoel dat je grote stappen zet op het gebied van veiligheid, maar dat kan ook niet in Afghanistan. Het is een westers idee om grote sprongen te willen maken. Het liefst willen we dat dan ook nog bundelen in een mooi rapport.' Afghanistan heeft tijd nodig, en misschien nog wel jaren militaire en humanitaire ondersteuning voordat het echt veilig is, vinden de meeste mariniers.

De Taliban en andere opstandelingen zijn nog lang niet allemaal verslagen of verdreven uit Uruzgan, vertelt Anne ook. ‘Ze verplaatsen zich continu. De situatie is vloeibaar: de ene keer duiken ze op in het ene dorp, dan in het andere.'

De klus is nog lang niet geklaard in Afghanistan, vindt ook collega Marnix: ‘De opstandelingen weten heel goed waar ze mee bezig zijn. Zij kiezen de plek waar ze je aanvallen, niet wij, en ze verdwijnen vaak net zo snel als ze zijn gekomen. Een bekend gezegde van de Taliban is niet voor niets: de westerlingen hebben de horloges, maar Taliban hebben de tijd', zegt Marnix.

Of de Taliban ooit verslagen zullen worden? Dat is lastig. ‘EenTaliban herken je niet eens altijd', zegt Marnix. Het marinierspeloton kwam regelmatig ‘dorpelingen' tegen van wie ze sterk het vermoeden hadden dat het Taliban waren. Marnix: ‘Loop je in zo'n landbouwveld en zitten daar ineens twee boertjes met vieze handen en kleding, maar ook één man die helemaal schoon is en een veel te duur horloge draagt. Je onderbuikgevoel zegt: dit klopt niet. Maar zolang iemand geen wapen heeft, kun je hem niet oppakken. Dat zijn nou eenmaal onze oorlogsregels.'

Mariniers Onno en Vincent herkennen de frustraties. ‘Het volk in Uruzgan is beïnvloedbaar', zegt Vincent. ‘Soms werd een gebied als ‘veilig' aangeduid, maar reden we even later toch op een bermbom. Eigenlijk geldt voor iedereen die hier rondloopt: wat je ook voor ze doet, ze kunnen zich morgen omdraaien en een bom voor je neerleggen.'

Dan komt de dag van vertrek. Anne, Marnix, Vincent en Onno zetten voorlopig voor de laatste keer hun helm op en doen hun scherfvest aan. Bij ruim 40 graden Celsius staan ze op het vliegveld van Tarin Kowt te wachten op het vliegtuig dat hen naar Kreta en daarna naar huis zal brengen. Als de kist is geland, vormen de militairen een lange sliert voor het instappen. Marnix: ‘Het zit erop.' Onno zwaait: ‘Vaarwel Uruzgan.'

Wat blijft knagen: Jeroen en Marc zijn er niet bij. Hun levensgrote portretten uit de zonneweide van de mariniers in Kamp Holland zijn inmiddels ingepakt en verscheept naar Nederland. Naar de meest geschikte bestemming wordt nog gezocht.

NIEUWSKADER: Megaklus met gevaarlijke en bedenkelijke kanten
De beëindiging van de militaire missie in Uruzgan wordt een logistieke mega-klus die de komende maanden - uiterlijk december - moet worden afgerond. Geschatte kosten: 229 miljoen euro.

Duizenden containers met wapens, munitie en voertuigen worden per vliegtuig, schip of over de weg naar Nederland gebracht. Zevenhonderd man personeel van de Redeployment Taskforce (RDTF) zijn ingevlogen om het monsterproject tot een goed einde te brengen

‘Naar schatting 450 voertuigen en 2.300 containers moeten worden teruggehaald', zegt kolonel Jürgen van der Biezen van de RDTF op Kamp Holland in Uruzgan. ‘Het kan minder worden, omdat Defensie nog in onderhandeling is met bondgenoten (de Amerikanen en de Australiërs, red.) over de aankoop van gepantserde slaapcontainers en andere spullen.'

Het ministerie van Defensie vervoert de resterende containers en voertuigen zoveel mogelijk per vrachtvliegtuig naar Nederland. ‘Spullen waarvan we niet kunnen riskeren dat ze in handen vallen van de vijand, zoals wapens, worden per vliegtuig vervoerd naar Fujairah (Verenigde Arabische Emiraten). Daar gaan ze verder per schip naar Nederland', aldus kolonel Van der Biezen.

Zo'n tweeduizend containers met minder belangrijke goederen, zoals stoelen, bureaus en constructiemateriaal, worden met ingehuurde vrachtwagens over duizenden kilometers van Afghanistan naar de Pakistaanse havenstad Karachi vervoerd. Daar vandaan volgt transport over zee naar Nederland. Het vervoer van de spullen over de weg is een riskante bezigheid, erkent Defensie. De konvooien worden doorgaans beveiligd, om overvallen te voorkomen.

AFKOOPGELD
The New York Times onthulde onlangs dat het transport van Amerikaanse legergoederen in Afghanistan veelal wordt uitgevoerd door lokale transportbedrijven, die op hun beurt miljoenen dollars afkoopgeld betalen aan Taliban en lokale krijgsheren voor een veilige doorgang. Zo komt Amerikaans belastinggeld onbedoeld terecht bij de vijand in Afghanistan. Ook in Uruzgan zouden krijgsheren, zoals Matiullah Khan, worden afgekocht. Deze militieleider beheerst onder meer de weg tussen Tarin Kowt en Kandahar.

Het Nederlandse leger kan niet uitsluiten dat er ook Nederlands belastinggeld via lokale transportbedrijven verdwijnt naar krijgsheren. ‘Defensie heeft het bedrijf SeaFast ingehuurd voor het vervoer naar Pakistan. Hoe zij de spullen in Karachi krijgen en hoe ze de beveiliging regelen, ligt buiten ons gezichtsveld en invloedsgebied', zegt kolonel Van der Biezen. ‘Wij betalen in ieder geval niet direct geld aan krijgsheren. Laat dat duidelijk zijn.' De kolonel zegt dat er ‘vast wel' door Defensie in Den Haag is gesproken over dit gevoelige onderwerp, maar in Uruzgan is het ‘geen gespreksonderwerp'.